Een kat in een zak

“Jaja, het is lang goed, ge krijgt uw kat.”
Donderdagavond 29 augustus, bij een glas wijn. De eindeloze discussie over het al dan niet in huis halen van een katje komt opnieuw naar boven. En deze keer geef ik toe.

Bas zeurt al jaren over een kat. Heeft er eigenlijk altijd eentje gehad. Thuis, op kot, vindt dat een tof beest, je hebt er veel liefde van en weinig werk aan, je moet er niet voor thuisblijven maar het kent je wel, nu ik in ziekteverlof ben zou ik me minder alleen voelen overdag, en blablabla. Zijn argumentenreeks pro werd steeds langer terwijl de mijne contra al een hele tijd dezelfde bleef. Volgens mijn bloedtests ben ik allergisch aan katten. Alleen heb ik er geen last van. Dus is dat argument dan eigenlijk wel geldig? Het andere argument, dat hij een beest wil maar ik er voor zou mogen opdraven, konden we oplossen. Ik zou akkoord gaan op voorwaarde dat hij al het werk op zich neemt. Kattenbak uitkuisen, kaka en pipi dweilen, naar de dierenarts crossen, eten en drinken bijvullen,… Daarmee zou ik kunnen leven. Mijn argument dat we geen ruimte hebben was sinds onze verhuis weggevallen. Ik begon dus zelfs argumenten te verliezen terwijl hij er lustig bij scoorde. Ik kon toch niet eindeloos blijven dwarsliggen.

Veel bedenktijd was er niet nodig. Handjes schudden en de zaak was beklonken. Natuurlijk was de zaak beklonken! Hij zou wel dom zijn om er niet op in te gaan. Bas kent me lang genoeg om te weten dat ik na pakweg een halfuur helemaal weg ben van zo’n klein scharminkel en er al fluitend ook de kleine werkjes bij neem. Hij zijn kat, en ik een kat in een zak. Zo gaat dat.

En zo geschiedde.
Twee dagen later, wij naar Brakel om te gaan kijken naar de kleine katjes die vzw Kitten in Nood ter adoptie beschikbaar had. Voor we vertrokken opperde Bas nog even om er meteen twee te nemen, maar dat idee verdween als sneeuw voor de zon toen hij de dodelijke blik in mijn ogen zag. We hadden keuze uit een nest roste bollekes dons, drie weken oud, en Barney, een zwartje met een halve witte neus en witte borst. Ik was meteen verliefd op die laatste. En omdat we de rostjes, gezien hun jonge leeftijd, nog niet meteen konden meenemen ging ‘s mans keuze eveneens uit naar kleine Barney. Een goed uur later, wij dus terug op weg naar Gent, met een doodsbang katje in een bench op de achterbank.

Er was ons aangeraden ons kleintje, dat op de terugweg de naam Kevin had meegekregen omdat volgens onze afspraak ik de poes en Bas de naam mocht kiezen, de eerste dag nog in de bench te houden om hem te laten wennen. Dat hebben we natuurlijk gedaan, dat spreekt voor zich. Uiteindelijk toch.
Twee minuten thuis en Kevin mocht vrij. En hij weg. Onder de zetel, naar de keuken, over het aanrecht een wijnglas omver lopend, eigen schuld we moeten maar opruimen, en trillend zijn heil zoekend onder onze zetel. Daar zaten we dan.
Zo zie je maar, die goeie raad, dat is zo slecht nog niet!

Maar goed, ons lesje geleerd verdween onze Kevin, nadat we hem eindelijk te pakken hadden gekregen, met eten, drinken en kattenbak in de bench tot de volgende morgen. En op zondag hadden we een andere kat. Van bange wezel naar celebrity-kat op twitter (om mijn huwelijk te beschermen ga ik de link hier niet prijsgeven) en rasechte knuffelbeer, allemaal in één nacht tijd. Bruuske bewegingen zijn nog steeds zijn ding niet, en als hij niet de volle aandacht krijgt gaat hij mokken onder de zetel als een echte diva. Maar als je tijd hebt blijft ie met plezier een hele dag op je buik liggen spinnen en zachtjes knorren. Snurken eigenlijk. Als Bas dat doet trap ik hem het bed uit, bij onze Kevin doe ik ‘akoetchiekoetchiekoetchie’.

Omdat papa maandag weer moest gaan voorzien in het onderhoud van moeder en kind, heb ik dan maar tijd gemaakt om Kevin zich helemaal thuis te doen voelen. Want zo doe je dat. Je hébt geen tijd, je maakt er. Dus deed ik absoluut NIKS die eerste dag met hem alleen. Zelfs geen boek lezen, want het omslaan van een bladzijde zou onze koning uit zijn slaap kunnen halen. Staren deed ik, een hele dag. Naar televisie, maar vooral naar de kleine donsbol zelf. Omdat er ‘s avonds moest gegeten worden stuurde ik mijn mama op haar eerste schooldag naar de traiteur voor ons, zodat we toch van een gezonde maaltijd konden genieten zonder dat ik me zou moeten verplaatsen. Iets in de microgolf stoppen behoort nog net tot Bas zijn gastronomische kwaliteiten, tenminste als ik duidelijk vermeld hoe lang, op welk vermogen en welke knoppen hij voor het instellen dient te gebruiken.

Sinds onze gezinsuitbreiding voel ik me net een echt moederke. Het is er misschien wat over maar ach, het is leuk en ik doe er niemand kwaad mee. Veel kans dat we één dezer toch besluiten om een tweede te nemen, we zijn nu toch bezig.
En Bas? Die heeft de afspraken intussen naar zijn hand gezet. Want ja, eigenlijk heeft hij mij blij gemaakt door het in huis halen van onze Kevin in plaats van omgekeerd. Dus zijn de klusjes ook voor mij.
Had ik niet voorspeld dat hij me ging liggen hebben?

Een kat in een zak dus. Maar wat voor één.

Advertenties

3 thoughts on “Een kat in een zak

  1. Koning Kevin… En Dieander. – Want alli 't is toch waar zeker?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s