Schatten op zolder

Ik heb eigenlijk helemaal geen zolder. Maar ‘schatten op de bovenste slaapkamer’ vond ik zo stom klinken, vandaar de titel.
Toen we verhuisden van ons appartement in het historisch centrum van Gent naar ons eigen huis, planden we meteen stevige verbouwingen. Dat hield in dat we acht maanden lang op één verdieping woonden. Eén van de slaapkamers werd onze living en eetkamer, een tafel op de gang werd mijn volledig ingerichte keuken met combi-microgolfoven en twee elektrische kookplaatjes, de tweede slaapkamer werd de euh, slaapkamer, en de badkamer kon ook gewoon zijn functie behouden. Met andere woorden, veel ruimte hadden we niet. Daarom ook dat het grootste deel van onze inboedel in dozen bleef zitten. Boeken, dvd’s, cd’s, potten en pannen, eigenlijk alles wat je niet dagelijks gebruikt of waar je tijdelijk zonder kan bleef opgeborgen op de bovenste slaapkamer. Zo lang we met ons tweetjes zijn hebben we die kamer eigenlijk niet nodig, dus fungeert deze als zolder.

Een week of wat geleden zocht ik een bepaald boek dat ik graag wilde uitlenen aan iemand. En tijdens die zoektocht viel mijn oog op een doos vol foto’s en brieven van vroeger. Zo goed en zo kwaad als ik kon sleurde ik de doos, met inhoud uiteraard, mee naar beneden. De doos eerst, ik erna op mijn poep de trap af. Met een warme chocolademelk nestelde ik me op de zetel met de doos naast me, klaar om er voor de rest van de dag niet meer uit te komen.

Ik herlas massa’s brieven, allemaal afkomstig uit mijn middelbare schooltijd. Problemen die ik had toen, problemen!
Mijn leeftijdsgenoten en ik waren slachtoffers van onze tijd. Jongens maakten continu misbruik van ons met af -en -aan en af -en -aan, tranen met tuiten heb ik gehuild.
Om nog maar te zwijgen over de moeilijkheden van het krijgen en houden van een beste vriendin. Blijkbaar was er een soortement ritueel gebruikelijk om iemand te vragen je beste vriendin te zijn, er werd dan arm in arm een wandeling gemaakt rond de speelplaats om alle belangrijke feiten en geheimen te bespreken. Want beste vriendinnen hadden uiteraard geen geheimen voor elkaar.
Het was ook mode om jaloers te zijn op je vriendinnen, maar dan op een ‘goede’ manier. Je schreef elkaar brieven om te vertellen dat het toch oneerlijk was dat je vriendin zo knap en slank was en jij het met een dikke kont en lelijke tronie moest doen, waardoor alle leuke jongens je links lieten liggen en je vriendin ze als vliegen van zich af moest slaan. In één van de brieven zat zelfs een foto als bewijs. Eentje waarop ik stond, naast een van de mooiste jongens van de school.

Liefdesbrieven, die vond ik ook. Van mijn eerste echte vriendje Nicolas onder andere, die ik leerde kennen tijdens mijn eerste echte theaterervaring. Ik liet hem geloven dat ik eerder al een jongen had gekust, om daarna tijdens onze drie weken durende relatie elke keer mijn hoofd weg te draaien als hij aanstalten maakte om zijn lippen op de mijne te leggen. Gelukkig was dat enkel de eerste keer het geval. Want ook dat deed ik, verliefd worden en het eindeloos blijven. Nic en ik probeerden het gedurende de twee komende jaren nog een tweede en een derde keer met elkaar. En toen ging het er allemaal wat ‘echter’ aan toe, voor je me begint te verdenken van een suffe handjesgeefster te zijn.
Ook grappig om terug te vinden was de brief van mijn beste vriendin Sylvie, ik was toen veertien. Zij was twee jaar ouder dan ik en kon daarom niet mee op veertienjarigenkamp met de CM, naar Zwitserland. Om me te verrassen had ze een brief geschreven en die verknipt in heel veel stukjes. Zo paste de brief in vijftien enveloppen én had ik wat puzzelwerk voor tijdens de verplichte platte rust tussen de middag. Hilariteit alom toen de leiding de post uitdeelde. Het was een grote stapel die dag, dus iedereen wachtte vol ongeduld. Tot bleek dat de helft van de buit voor ‘Annelies Staessens’ bestemd was natuurlijk. Er vloeiden die middag heel wat traantjes bij jongens en meisjes die een brief verwachtten van mama en papa, een lieve nonkel, een neef of nicht, of hun lief natuurlijk.

Lezend, kijkend naar foto’s, lachend en genietend vloog die bewuste namiddag voorbij. Het deed best wel deugd om mezelf nog eens onder te dompelen in de jaren tussen mijn twaalfde en achttiende. Achteraf gezien wel een fijne tijd eigenlijk, maar vooral een hele harde. Niks was zeker.
De problemen van toen mogen nu wel belachelijk, en ik ongelooflijk naïef, lijken, op het moment zelf bepaalden ze mijn hele leven en dat van mijn leeftijdsgenoten. Ik zou echt niet terug willen. Ook al lijkt het alsof we toen helemaal geen zorgen hadden, ik ben nu veel gelukkiger. Ik zit beter in mijn vel, ben zekerder van mijn stuk, en als er problemen rijzen stort mijn wereld niet meteen in elkaar. Ik zoek naar een oplossing in plaats van in de put te gaan zitten en mezelf zielig te voelen.

Ik ben blij dat ik ‘de doos’ terugvond. Het was leuk om even tijd te reizen.
Maar ik was vooral blij dat ik niet moest blijven. Dat ik meteen terug kon keren naar het nu, naar 2013. Naar mijn eigen huis, mijn man, mijn volwassen leven. Ik wil niet beweren dat het nu altijd rozengeur en maneschijn is. Een koffer vol verantwoordelijkheden, geen volwassenen om de problemen voor jou op te lossen maar klaar om zelf ‘de volwassene’ te worden die de moeilijkheden voor haar kroost probeert te bedwingen, moeilijke beslissingen die je soms liever uit handen zou geven. Het is zeker niet elke dag een pretje. Maar ruilen met vijftien jaar geleden? Neen dank u.

Mijn schatten verhuisden intussen terug naar de ‘zolder’. En daar blijven ze tot ik weer eens heimwee krijg, ze terug bovenhaal en me nostalgisch wentel in de tijd van toen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s