A+B

Zal ik eens iets vertellen over Bas?
Over @zegmaarbas, mijn lief, mijn man, mijn leven? En over onze liefde?
Je hoeft het niet te lezen als je niet wil, het wordt waarschijnlijk een behoorlijk melig stukje tekst. Maar dat mag, vind ik. Soms toch. Niet altijd. Niet elke dag. Maar vandaag dus wel eens, voor een keertje.

Bas en ik zijn al lang samen, heel lang zelfs, elf jaar om precies te zijn. Als je 27 bent is dat écht wel lang.
Toen we elkaar leerden kennen was ik een jaar of twaalf. We maakten allebei deel uit van de cast van een sprookjesmusical. Ik was een giechelend grietje, beginnend puber en een vriendinnetje van Bas’, vier jaar jongere, zus Lien. Knap vond ik hem toen al, net als alle andere meisjes van het jeugdtheater trouwens, behalve Lien dan natuurlijk. Op die leeftijd ben je verplicht je broer hartsgrondig te haten en dat deed Lien dan ook vol overgave.
Dus. Ik vond hem knap. En oh zo onbereikbaar.
Ik twaalf, hij zeventien. Ik een kind, hij een puber. En een echte nog, want Bas was een rasechte laatbloeier en puberde lustig door tot hij een jaar of twintig was. Op zijn zeventiende droeg hij steevast een zonnebril op het hoofd, ik heb zelfs even getwijfeld of die aan zijn blonde lokken was vastgegroeid. Maar neen. Gelukkig maar, stel je voor zeg! Zijn skateschoenen waren om en bij de twee meter breed, zijn beentjes destijds eerder 2 centimeter. En een pet van Nike, die droeg hij ook heel vaak, daar stond die zonnebril dan bovenop. Het is ook zo dat ik ontdekte dat die geen deel uitmaakte van zijn kapsel.
Om een lang verhaal kort te maken, het was geen liefde op het eerste gezicht tussen ons.

Ik vond Bas knap, ik vond Bas grappig, ik was speels jaloers als Bas vertelde over zijn vriendin, ik was verlegen als Bas in de buurt was, ik was blij dat ik Bas nog eens kon zien als ik bij Lien ging spelen. Maar verliefd was ik niet. Nog niet.

Het was pas enkele jaren later dat de vonk oversloeg.
Op theaterkamp. Ja, weer dat theater.
Samen dansen, samen toneel spelen, samen zingen werd uiteindelijk hand in hand over het terrein huppelen, de kleine kinderen wijsmakend dat we een koppel waren. Jaja Bas, doen alsof…
Tot de één of andere kracht me op de laatste avond van het kamp, aan het kampvuur uiteraard, dwong mijn hoofd op Bas’ schoot te leggen en hij me niet wegduwde, integendeel. Een paar uur en heel wat alcohol later was er dan de eerste kus.
We lagen in een bos, wij alleen met z’n tweetjes, op een matras die amper breed genoeg was voor één persoon. Ik weet nog goed dat ik zei “Ik lig hier, in het midden van een bos, met een mooie jongen in mijn armen”. En dat Bas zei: “Ik ook”. Afgezien van het feit dat het grammaticaal absolute quatsch is, zoals het er staat zou Bas ook blij geweest zijn met een mooie jongen in zijn armen terwijl ik helemaal geen jongen was, of ben, blijft dit toch één van de meest romantische momenten van mijn leven.
16.08.2002. A+B was geboren.

We besloten het nog even stil te houden. Vijf jaar is niet echt veel, nu toch niet, maar als de ene partij zestien is en de ander eenentwintig, laveer je toch in een behoorlijk verschillende leefwereld. Ik begon aan mijn vijfde jaar Menswetenschappen in het College van Sint-Niklaas, terwijl Bas zijn laatste jaar Multimedia afwerkte in Kortrijk. Over het feit dat hij dat jaar eigenlijk al afgestudeerd had kunnen zijn zullen we het hier niet hebben, het voegt in principe niet echt iets toe aan het verhaal.
Ik was een uitermate verlegen meisje, en het feit dat ik plots een relatie had met een jongen van eenentwintig waar ik smoor -en smoorverliefd op was, maakte die verlegenheid er niet bepaald minder op.
Elke dag chatten we via Messenger, in Comic Sans, vet, hij in het paars en ik in het rood. Ik vertelde honderduit over de gebeurtenissen op school, over straffe stoten die werden uitgehaald in de klas en uitgedeelde strafstudies. Hij had het over dronken avonden, katers, vette feestjes op café en pesterijen op kot. Ik verklaarde hem zowat dagelijks mijn liefde in duizend woorden. Ik luisterde naar zijn stem via de radio die hij, als eindwerk, aan het bouwen was. Ik telde de nachten af tot het vrijdag was en ik mijn prins weer zou zien.
En dan werd het eindelijk vrijdag, en zei ik niks. Ik durfde niet, ik wist niet wat ik moest zeggen of hoe ik me moest gedragen. Ik reageerde flauwtjes als hij me iets vertelde of vroeg. Ik lachte flauwtjes als hij me aanraakte. Het lukte me maar niet hem te tonen hoe fantastisch ik hem vond. En toch bleef hij bij mij. Na drie maanden maakten we ruzie over het feit dat ik nergens op reageerde. Nu ja, Bas maakte ruzie. Ik luisterde en onderging. Maar het hielp, want ik bloeide stilaan open.
Nu ik er achteraf op terugkijk vind ik dat een heel belangrijk iets in onze relatie.
Mensen vragen soms wat onze liefde zo speciaal maakt, hoe het komt dat wij zelden ruzie hebben, dat wij na zoveel jaar nog steeds écht verliefd zijn op elkaar. En misschien is dit het wel. Toen we een relatie begonnen kenden wij mekaar eigenlijk helemaal niet. We vonden elkaar aantrekkelijk, dat wel, maar kennen? Zowat elke gezonde jongeman van eenentwintig zou na een tweetal maanden trekken en sleuren aan een grietje van zestien waar geen woord uitkomt toch zeggen “Laat maar. Ik vind u een schoon kind maar dit zie ik niet zitten hoor.”

Maar Bas niet.
Bas bleef bij mij. Bas wachtte, tot eruit kwam wat erin zat.
Soms zou hij willen dat ik nog eens zou zwijgen zoals in het begin, maar dat lukt nu niet meer. Jammer.
Hij heeft het helemaal aan zichzelf te danken.

In 2002 werden we een koppel.
In 2005 gingen we samenwonen.
In 2009 vroeg Bas me ten huwelijk.
In 2010 trouwden we.
In 2011 kochten we een huis.
In 2012 gingen we er wonen.

Onze trouw, dat was magie, van begin tot eind. Ik zou het meteen opnieuw doen, op exact dezelfde manier. Onze trouw ademde ‘ons’, schreeuwde langs alle kanten ‘A+B’.
Toen ik rolstoelafhankelijk was, beloofde Bas me dat we ooit weer samen zouden dansen. En dat de eerste dans die we dan zouden doen, onze openingsdans zou zijn.
En zo geschiedde.
Hij herinnerde me aan die woorden toen ik terugkwam van vijf weken Australië, zonder hem, gevolgd door de vraag of ik zijn vrouwke wilde worden. En dat wou ik.
En dat ben ik.
En dat zal ik ALTIJD zijn.

Advertenties

12 thoughts on “A+B

  1. “Soms zou hij willen dat ik nog eens zou zwijgen zoals in het begin, maar dat lukt nu niet meer. Jammer.”
    Dat bracht me echt aan het lachen 😀 Misschien omdat ik zelf een beetje een spraakwaterval ben, en dit herkenbaar lijkt
    en heerlijk hoe je hem beschrijft op zijn 17!

  2. De Lieve Liefde – Want alli 't is toch waar zeker?

  3. Amai wat een mooi verhaal! Er kan direct een romantische film van gemaakt worden. Nu alleen nog eens bedenken wie de hoofdrollen krijgen. .. gaat gemakkelijker dan verwacht, jullie kunnen het zelf naspelen, het was toch op theaterkamp dat DE ontmoeting plaatsvond? 🙂 Dikke knuffel

  4. Kippenvel. Van ontroering. En misschien een beetje van het feit dat de chauffage kapot is. Maar vooral: ontroering. C, van Chapeau. Chapeau voor Annelies en Bas. C= A+B. En als ik het zo lees haalt geen enkel axioma dit onderuit.

  5. Hey Annelies,

    Ik wou je even mailen/contacteren met een vraag maar vond geen e-mailadres. Kan ik je op een of andere manier contacteren?

    Groetjes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s