Met tijd en boterhammen

Ik wil graag een kindje.
Sorry.
Wij willen graag een kindje.

Lange tijd vond ik kinderen fantastisch, voor even, maar was ik wat blij als ik ze weer kon afgeven aan hun papa of mama na wat gekoetchiekoetchie en ge ‘amaiwazijdegijneflinkejongen’. Bas had al langer het gevoel klaar te zijn om papa te worden. Niet dat het voor hem meteen hoefde, maar moest het plots zo zijn, hij zou allesbehalve triest zijn. Terwijl bij mij toch heel lang vooral de angst en onzekerheid de bovenhand hadden. Ik had het ook moeilijk met het vooruitzicht zwaarder te worden, en schrik om dat gewicht dan achteraf niet meer kwijt te raken. Maar sinds een jaar of twee is dat gevoel helemaal anders.
Nu wil ik gewoon écht heel graag mama worden, en liever vandaag dan morgen.

Ik geniet er mateloos van bezig te zijn met mijn petekindje Wannes en zijn jongere broer Floris, de zoontjes van mijn oudste broer. Ik zou ze met plezier in huis nemen, moesten zijn mama en papa er plots van af willen.
Als we op bezoek gaan bij vrienden met kinderen, of zij bij ons, gaat mijn aandacht meteen naar de jongste aanwezigen. Altijd.
Alleen jammer dat mijn lichaam niet mee wil.
Een spelletje spelen, ik in de zetel de kindjes op een stoeltje aan de salontafel, is goed voor een klein uurtje. Daarna moet ik rusten. Kriebelen op schoot houd ik niet langer dan vijf minuten vol, daarna is tante Lies te moe en heeft ze teveel pijn. Mijn broer probeert zijn zonen te leren dat het soms moeilijk is voor mij om met hen te spelen, dat ze voor wilde spelletjes bij oma of nonkel Jo terecht kunnen. En ze doen hun best om het te begrijpen, dat zie je, maar kan een kind van tweeënhalf of vierenhalf dat wel? Soms zien ze dat ik pijn heb en vragen ze me of ik moet rusten, als ik dan ‘ja’ zeg geven ze me hun slaapknuffel en spelen ze een beetje stiller. Kinderen zijn geweldig. Maar het doet zo verdomd veel pijn om er niet gewoon te kunnen achteraan crossen, om te moeten zeggen dat naar de speeltuin gaan niet lukt maar dat er na een uurtje rusten misschien wel weer een gezelschapsspel of puzzel in zit.
Alleen op een kind passen kan ik niet. Ik kan het niet optillen, niet troosten als dat nodig is, ik kan niet lang genoeg ‘aanwezig’ blijven om een verantwoordelijke babysit te zijn. Zelfs dat kan dus niet. Als ik kindjes zie is dat steevast onder supervisie van mijn mama of bij de ouders thuis, terwijl ik de leeftijd heb om zelf kinderen te hebben en worstel met een kinderwens zo groot als een luchtballon.
En daar heb ik het behoorlijk moeilijk mee.

Anderhalf jaar geleden, na veel praten, waren Bas en ik het erover eens dat we er klaar voor waren. Superzenuwachtig en niet goed wetend waar we aan begonnen, maar het mocht, er was een kindje welkom. Ik zou stoppen met de pil en dan, ja, da zouden we wel zien zeker? Die maand had ik nog een afspraak bij mijn gynaecologe en een specialiste voor mijn fibro. En die bezoeken prikten mijn droom kapot.
De gynaecologe zag het op zich hoopvol in. Al had ze geen ervaring met jonge vrouwen met fibromyalgie die zwanger wilden worden en kon ze dan ook niet voorspellen hoe mijn lichaam zou reageren. Ik nam heel zware pijnmedicatie, die een direct risico voor de foetus zouden kunnen vormen, dus daarmee moest ik uiteraard volledig stoppen. Voor de rest raadde ze me aan voldoende op controle te gaan, en rekening te houden met het feit dat ik waarschijnlijk een groot deel van de zwangerschap zou moeten plat liggen. So be it, dacht ik, dat overleef ik wel.
De specialiste was minder overtuigd van de goede afloop.
Het onderzoek van de drukpunten toonde aan dat ik lichamelijk sterk achteruit gegaan was op zes maanden tijd, en mijn medicatie nu beginnen afbouwen kon ze me alleen maar afraden. Ik werd ook onmiddellijk voor enkele weken op ziekteverlof gestuurd. Ik had mijn lichaam, alweer, zwaar overbelast door persé te willen blijven doorwerken. Rusten dus. Ik kreeg ook nieuwe medicatie, waardoor ik het stoppen met de pil met onmiddellijke ingang kon vergeten.
En dat kon ik niet aan. Ik wilde kinderen, en wel nu.
Maar het kon niet, het mocht niet. Zelfs dat mocht ik niet. Mama worden was niet voor mij weggelegd. Ik zag het plots allemaal heel zwart in, terwijl ik nauwelijks een goeie week eerder dolgelukkig was geweest met het vooruitzicht van een klein Basje of Anneliesje.
De weken, maanden eigenlijk, daarna waren een mentale hel voor mij. Het besef kwam dat ik me niet enkel druk hoefde te maken over het doorkomen van een zwangerschap zonder mijn pijnmedicatie. Want wat na de bevalling?
Wat heeft een kind aan een mama die hem of haar niet kan optillen, of eten geven? Die haar baby niet op haar buik kan leggen, of zich bukken om speelgoed op te ruimen? Die niet kan ravotten in de tuin, of mee gaan zwemmen? Die niet meer kan en mag autorijden?
Dat kan toch niet?

In onze omgeving werd zwangerschap na zwangerschap aangekondigd. Niettegenstaande dat ik elke keer dolblij was voor het koppel in kwestie, was het ook elke keer een steek door mijn hart. Waarom zij wel en wij niet? Hebben we dan nog niet genoeg miserie dat ook dat ons niet gegund wordt? Ik moest me keer op keer opladen om op kraambezoek te gaan. Het lukte me wel, maar steevast met een huilbui achteraf. Er moest iets gebeuren want ik ging eraan kapot.
En dat lukte.
Met tijd en boterhammen, zoals ze zeggen. Al was het vooral veel praten met Bas wat me erdoor hielp. Dit was, alweer, iets waar we samen doorheen moesten. We wilden allebei even graag een kindje. En het zou ons wel lukken, maar we moesten geduld hebben, en waarschijnlijk heel wat.

Nu gaat het beter.
Ik ben erin geslaagd mijn kinderwens een beetje naar de achtergrond te verdringen. Mijn gezondheid komt nu op de eerste plaats. Als ik ooit zelf een baby wil dragen en krijgen moet dat mijn eerste bekommernis zijn.
Ik kan er weer van genieten in de buurt te zijn van klein grut. Hen zien lachen, zien spelen en in de mate van het mogelijke er deel van proberen uitmaken, ik word er instant gelukkig van. Geen tranen meer na bezoek van vrienden met kinderen, alleszins toch geen van verdriet.
Ik zie mijn neefjes ook vaker nu, en elke keer is het feest. Tijd met hen doorbrengen is uitputtend, maar ik kan niet gelukkiger zijn dan na een dag in het gezelschap van die twee bengels. Ik knuffel ze nog eens plat!
Ik wil nog steeds even graag kinderen maar de druk is er wat af, het hoeft niet meer morgen, al mag het nog steeds wel. Ik ben uiteindelijk nog jong, mijn vruchtbare dagen zijn nog niet geteld. Maar toch, ik had zo graag een jonge mama willen zijn.
Een tijdje geleden hadden Bas en ik het voor de eerste keer concreet over adoptie. Misschien starten we binnenkort wel een procedure, adopteren gaat immers ook niet in één twee drie. Stel dan dat eigen kinderen toch niet voor ons zijn weggelegd, krijgen we toch de kans mama en papa te zijn. Ik zeg wel ‘stel’, want daar wil ik voorlopig echt nog niet van uit gaan. Ik wil graag weten wat het is om zwanger te zijn, een kindje te voelen groeien.
Al zou ik, tussen ons gezegd en gezwegen, het eindexamen graag overslaan, maar die optie schijnt niet te bestaan.

Wat vast staat is dat Bas en ik ooit ouders zullen zijn.
Dat wilden we altijd al en zo zal het zijn.
Een kleintje van ons twee, om voor te zorgen, om te vertroetelen, om graag te zien zoals nog nooit een kind graag gezien werd.
En we gaan dat goed doen, dat weet ik zeker. Onzeker, maar goed.
Vooral Bas dan.
Hem zien ravotten met een kind ontroert me elke keer opnieuw. Omdat je ziet dat hij het in zich heeft, omdat het helemaal natuurlijk is. Kinderen houden van Bas, je hoeft niet gestudeerd te hebben om dat te kunnen zien.
Mijn Bas is een geboren papa, en ik hoop van harte dat we de kans krijgen om hem dat ook echt te laten zijn.
Papa. Van ons kindje.
En ik mama. Van ons kindje.
Ons kindje.

Advertisements

14 thoughts on “Met tijd en boterhammen

  1. Laat de kinderen tot mij komen – Want alli 't is toch waar zeker?

  2. Eén plus één is drie – Want alli 't is toch waar zeker?

  3. Hier een deeltijd moeder van 2 kinderen. Zo kan ik het namelijk wel noemen. Fibromyalgie is wat ik zelf ook heb, maar ook twee jonge kinderen van nu 1,5 en 3 jaar. Moeder zijn is vanaf de bevalling een deeltijd bezigheid voor mij. Helemaal alleen lukt niet. Moe, veel pijn en wat al niet meer maken mij nu eenmaal niet de perfecte moeder. Wel de vele knuffels en het moeder willen zijn zullen me toch wel geschikt maken. Of ik opnieuw aan kinderen zou beginnen is een moeilijke vraag. Het zou het allereerst wel makkelijker voor mij maken. Mijn kinderen gaan veel naar een vaste opvangmoeder. Dit was niet mijn plan, maar mijn lichaam heeft mij hiertoe verplicht. Ik geef ze zoveel van mezelf als ik kan en hoop dat dit voldoende is, al ben ik ervan overtuigd dat een kind vooral aandacht wil in welke vorm dan ook. Naar ze luisteren en een knuffel geven is ook aandacht. De tekortkomingen die je zelf denkt te hebben, ziet een kind toch heel anders. Ze kunnen zich beter dan volwassenen aanpassen aan de situatie van hun moeder. Kinderen krijgen veranderd je leven voor altijd. De pijn neem je
    er dan “maar bij”. Ik hoop dat je in je leven krijgt wat je wenst. Het geluk zit in kleine dingen.

  4. Hoi Annelies, ik las je verhaal in flair. Zelf heb ik geen fibromyalgie gelukkig maar wel chronische vermoeidheid. Ik heb ondanks mijn ziekte toch gekozen voor een kind. Tijdens mijn zwangerschap ging het veel beter met mij ( dat is blijkbaar bij vele cvs/fibro patiënten zo) maar na de geboorte was het wel enorm zwaar. Ik had het geluk om dan enorm veel steun van mijn partner ( heeft 3 maanden ouderschapsverlof genomen) en mijn familie te hebben. Mijn dochter is ondertussen twee jaar en hoewel het uiteraard veel zwaarder is ( op vlak van vermoeidheid) dan zonder kind ben ik toch gelukkig dat ik toch de stap naar een kind heb aangedurfd. Ik denk dat je vooral moet kijken of je voldoende praktische steun hebt ( familie, partner, vrienden voor periodes waarin het moeilijker is ) om te kijken of het haalbaar is. Veel moed gewenst

  5. Ontroerend om te lezen! Ik wens jullie voor de toekomst heel veel geluk en ik hoop dat er ook een kindje mag komen. Ook al ken ik jullie niet zo goed, jullie hebben volgens mij de warmte in zich om er iets van te maken!! Gaan!! 🙂
    Heel veel liefs, Stéphane***

  6. Zo mooi, open en eerlijk geschreven. Gaat tot in het hart. Heel ontroerend.

    En hoe jullie, na het vloeken en huilen, toch weer positief kijken en denken. En kunnen genieten van wat jullie wel hebben samen. Knap!

    Zoals al gezegd, jullie zullen zeker ouders worden. En een geweldig paar ook.

  7. Lieve Bas en Annelies

    Ik zit hier met de krop in de keel te lezen.
    Jullie worden een fantastische mama en papa. Ook al ken ik jullie niet echt, daar ben ik zo verdomd zeker van.
    En vanwaar het kindje ook mag komen, de dag dat het in jullie gezinnetje is wordt ongetwijfeld zijn of haar geluksdag. En met uitbreiding dus ook geluksleven. Heel veel sterkte en nog meer liefs. Jullie zijn nu al ouders om naar op te kijken.

  8. Dat gaat komen! Ik weet het zeker! Met veel tijd en boterhammen… 🙂 Wil je wel efkes zeggen dat adoptieprocedure LOODzwaar is. Vrienden (homokoppel) hebben het gedaan. Gelukt zelle. Hebben nu een dochter. Maar wel afgezien:-).
    Ik gun het jullie zo om ook de geneugten (en de mindere kanten. Die ook) van zo’n monstertje te ervaren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s