Daar zijn vrienden voor

Kettingbrieven, ik kan me niet meer herinneren wanneer ik daar de laatste keer aan dacht, laat staan wanneer ik er voor de laatste keer eentje in de bus kreeg.

Het was wel een tijdje een hype, vroeger, herinner ik me nog vaag.
Je kreeg een tekst, of gedicht, toegestuurd die binnen de achtenveertig uur vijf, tien tot wel twintig keer moest worden overgeschreven (jaja schrijven, van typen was in mijn lagere schooltijd nog geen sprake) en aan verschillende vrienden doorgegeven, van wie dan weer net hetzelfde werd verwacht.
Altijd was er sprake van het één of ander dreigement bij het ‘niet correct volgen van de instructies’. Er zou je beste vriendin iets naars overkomen, je lief zou het uitmaken of je mama zou een been breken als je het aandurfde achttien in plaats van twintig exemplaren te verspreiden of, erger nog, als je nog maar in de buurt zou komen van opa’s oude fotokopieerapparaat.
Schreeuwt moord ende brand, andermans ongeluk zal uw schuld zijn!

Ja, zo ging dat in mijn tijd.
En wij geloofden dat nog ook! Weken, wat zeg ik maanden heb ik gewacht op de belofte honderd kaartjes van over de hele wereld toegestuurd te krijgen na het posten van een dozijn nietszeggende brieven naar speelkameraadjes.
Denk je dat ik ooit ook maar één kaart gezien heb? Uit Japan, China, Indonesië, Australië, of Zwitserland, Frankrijk, Spanje, de West-Vlaanders voor mijn part?
Nee dus. Niks.
Ja, ruzie met de mama, dat wel. Omdat ik uren tijd stak in het overpennen van al die brieven had ik geen tijd meer om huiswerk te maken en gingen mijn punten achteruit. Ik kan u wel vertellen dat je na het twintig keer met de hand kopiëren van een brief, geen zin meer hebt om wiskundesommen op te lossen.
Ik koos er dan ook voor, altruïstisch als ik ben, die laatste achterwege te laten omdat ik met slechte punten voor rekenen niemand écht kwaad deed, behalve mezelf dan een klein beetje. Mijn mama moest eens weten dat ik het eigenlijk allemaal voor haar heb gedaan, maar dat mocht ik van de brief aan niemand verder vertellen.
Soms zat er ook één of ander ‘ding’ in de brief, een lelijk beertje of een kralen armband. Dat ‘ding’ in kwestie moest je dan doorgeven en op de één of andere manier, als er nergens een kink in de kabel kwam natuurlijk, zou je datzelfde ‘ding’ dan op een bepaald moment terugkrijgen. Of zoiets.

Als ik heel eerlijk ben moet ik wel toegeven dat de hele kettingbrievenhype me niet meer zo vers in het geheugen zitten, al had de oplettende lezer dat waarschijnlijk al wel hebben afgeleid uit de manier waarover ik er hier over schrijf.
Waarom ik dan geen ander onderwerp heb gekozen, vraag je je af?
Wel, niet mijn keuze.

Een week of wat geleden werd ik op twitter gementioned door mijn lieve vriendin Astrid, ook wel bekend als de supergrappige blogster sstrid. Ze had me vermeld in één van haar blogposts. Razendbenieuwd klikte ik door om te lezen welk moois ze over mij te vertellen had.
Viel dat even tegen!
Het bleek een kettingbrief voor bloggers te zijn.
Iemand krijgt een aantal vragen voorgeschoteld, beantwoordt deze bloggenderwijze en schuift ze dan weer door naar vier van zijn of haar ‘favoriete’ (want in welke mate ben je populair als je een kettingbrief krijgt toegestuurd) bloggers.
Dus, bedankt Astrid? Denk ik dan te moeten zeggen?

Hoe ben je er achter gekomen dat je schrijftalent bezit?
Goh, ‘schrijftalent’ klinkt zo zwaar, alsof je jezelf de als de nieuwe ontdekking in de Vlaamse literatuur waant of zo.
Ik doe het eigenlijk gewoon graag. Opgegroeid in een nest van leraars en onderwijzers, was taal al van kindsbeen af mijn ‘dada’.
Thuiskomen met slechte punten voor Nederlands met een licentiate Germaanse Talen in huis was ook behoorlijk not done, maar voor mij was het nooit een opgave. Mijn oudste broer daarentegen had zijn opstellen beter door zijn jongere zus laten schrijven, want die bleef tot het einde van zijn hogere studies brosselen met de meest eenvoudige spellingsregels. Maar goed, hij heeft andere capaciteiten. Is het niet, broer?
Maar of we nu van talent kunnen spreken of niet. Ik vind schrijven leuk, ik kan er mijn ei in kwijt en het voelt niet als een opdracht, het gaat vanzelf, het hoort bij mij. Het voelt een beetje als zelf iets maken met dingen die je voorhanden hebt. Zoals koken!
Ja, schrijven is als koken zoals alles tegenwoordig eigenlijk zoals koken is. Hoe hip en trendy ben ik?! Met ingrediënten die je in de koelkast (je hersenen) vindt maak je iets (een gerecht) wat zomaar plots uit je brein is ontsproten.
Manmanman, ik ben hier aan de lopende band punten aan het scoren, ik voel het!

Als je schrijversinspiratie een stad zou zijn, welke zou het dan zijn? En waarom?
Wat een vraag. Ze doet me denken aan de verhalen over de ingangsexamens aan de studio Herman Teirlinck, waar je een bord spaghetti of een berg zand moet nadoen. Eén van de redenen, buiten dan het gebrek aan talent en de faalangst, waarom ik nooit de stap heb gezet ingangsexamen te doen voor dergelijke opleiding.
Ik ben eerlijk gezegd niet zo’n fantasierijk iemand.
Ik kan best creatief zijn en doordenken, fantaseren over heel banale dingen, zolang ik de voeling met de realiteit kan behouden. Drijft het te ver af van de werkelijkheid dan bestaat de kans dat je me kwijtraakt.
Schrijven over wat me bezighoudt, wat ik interessant vind, waarover ik twijfel of juist heel blij om ben, dat is mijn dada. Dat kan ik best en doe ik het liefst. Dus voorlopig hou ik het daar maar bij.
Om dan toch op de vraag te antwoorden, mijn inspiratie zou een stad moeten zijn waar ik me écht thuis voel, want dan ben ik op mijn best.
Ik haal mijn inspiratie door te leven, te denken, te zijn en te doen. Als ik iets zie, tegenkom of bedenk dat me leuk lijkt om over te schrijven, sla ik het op in mijn telefoon en tik het later uit in een blogpost. Dat is mijn werkwijze, en om dat te kunnen moet ik me goed voelen.
Dus doe mij maar gewoon Gent eigenlijk, mijn stad.
En als dat niet mag wegens te gemakkelijk, geef me dan New York of Barcelona, want dat waren de enige twee steden, behalve Gent dan, waar ik het gevoel had te kunnen wonen en écht thuis te kunnen komen.

Wat heb je nodig om goed te kunnen schrijven?
Voor mij is er maar één ding nodig om te kunnen schrijven, en dat is rust.
Rust in alle betekenissen van het woord.
Ik heb iets of wat rust nodig in mijn hoofd (al kan een lichte vorm van chaos soms ook iets leuk en interessant opleveren) en rust in de ruimte rondom mij. Ik schrijf het liefst alleen, met een beetje muziek op de achtergrond.
Tegenwoordig is schrijven vaak een gevecht met Onze Kevin, die van mening is dat hij mijn schoot te allen tijde mag inpalmen als ware het de zijne. Dat stelt me soms voor een hels karwei om de puzzel kat – laptop – deken – kussens te leggen zodat iedereen tevreden en op zijn gemak zijn ding kan doen.
Zijnde ik schrijven en Kevin op hetzelfde moment slapen op mijn schoot.
Maar het geeft ook extra rust hoor, zo’n kitten. Nadat hij minstens dertig keer over het toetsenbord is gelopen, meestal elke keer een klein stukje tekst meegrabbelend, en beseft dat ik de laptop echt niet ga weghalen deze keer, zoekt hij de kalmer oorden ter hoogte van mijn knieën op en slaapt daar urenlang. Als ik dan zijn warme lijfje op mijn benen voel en zijn buikje open neer zie gaan van zijn ademhaling, heb ik altijd een zalig gevoel van rust en gelukzaligheid.
En zo blijven wij de beste vrienden.

Als je bevestiging zoekt voor je blogs, waar vind je die dan?
Goh, echt bevestiging gaan zoeken doe ik eigenlijk niet.
Het was ook lange tijd niet de bedoeling dat ik mijn blog  openbaar zou gaan maken. Het was eerder een ‘work in progress’, voor mezelf. Weer wat meer gaan schrijven, iets wat me altijd deugd had gedaan, zeker op moeilijke momenten.
Maar ik ga niet flauw doen, toen ik de stap zette naar het ‘echte bloggen’ hoopte ik natuurlijk wel dat ik door meer mensen zou gelezen worden dan enkel door mijn mama en mijn man. En dat gebeurt, en dat is tof. Heel tof zelfs.
Ik krijg heel veel reacties, van overal, van mensen die ik goed tot helemaal niet ken. Mensen die me prijzen voor de inhoud, of de manier waarop ik schrijf. Héél heel fijn allemaal, zeker voor iemand die niet goed wist of ze dat wel zou aandurven, zo schrijven voor jan-en-allemaal.
Soms nemen mensen de moeite om me persoonlijk een mailtje of een langer bericht te sturen, ook mensen die ik nog nooit gezien heb. En dat maakt het nog leuker, want dat geeft toch het gevoel alsof je ‘iets’ doet voor die mensen, dat je iets voor hen betekent.
Zonder het te willen overdrijven, begrijp me niet verkeerd, ik heb geen plannen ter verbetering van de wereld of iets dergelijks.
Het is gewoon ECHT leuk dat mensen blij zijn met wat je doet.
Dat ze het leuk vinden.
Dat ze het goed vinden en dat ook willen laten weten.
En meer moet dat niet zijn!

Nu is het mijn beurt om vier mensen, in dit geval vrouwen, te prijzen om hun schrijfkunsten.

Elise, Katrin, Eva en Leen
Work your magic!

Advertisements

2 thoughts on “Daar zijn vrienden voor

  1. dank je wel, lieve Liesje, dat ik mijn hele leven aan jou te danken heb, zonder dat te weten. hoe bescheiden!
    en dat gedoe over die punten op school… daar heb ik maar een beetje spijt van. wat zou er anders van die wiskunde gekomen zijn. en dus onrechtstreeks van dat boekhouden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s