Wacht maar tot ge vijftig zijt!

We hebben er beiden van, Bas en ik.
Dezelfde aandoening, dezelfde miserie.

Bas had het al van kinds af aan, bij mij kwam het pas enkele jaren geleden opzetten. We leven ermee, geen probleem, maar soms is het zo vreselijk vermoeiend. Soms ben je het zo beu om altijd hetzelfde antwoord te moeten geven en daarbovenop nog eens steeds exact dezelfde repliek terug te krijgen: “Wacht maar tot ge vijftig zijt, dan zullen we nog eens klappen.”
Jaja allemaal goed en wel, als we vijftig zijn zullen we nog eens klappen, maar mag ik het in de tussentijd wel af en toe gewoon vervelend vinden dat mensen ervan uitgaan dat ik nog een puber ben omdat ik er jong blijf uitzien?

Toen ik opgroeide waren mijn vrienden en vriendinnen altijd een stuk ouder dan ik, waardoor ik op bepaalde vlakken iets of wat voorsprong had ten opzichte van veel van mijn leeftijdsgenoten. Ik mocht al snel mee naar een fuif, omdat ze georganiseerd werd door de zus van één van mijn vriendinnen en ik de hele avond gezelschap zou hebben van mijn, oudere, danscollega’s. Mijn mama liet me al op vrij jonge leeftijd met mijn, oudere, vriendje naar het jeugdhuis gaan, omdat ze hem kende en vertrouwde.
Maar eerlijk is eerlijk, ik was het vertrouwen ook wel waard.
Ik dronk mijn eerste glas alcohol, een oranje Bacardi Breezer, thuis terwijl ik in het jeugdhuis steevast Ice Tea bestelde, mijn mama moest me nooit op café of in een fuifzaal komen zoeken omdat ik niet op de afgesproken tijd op de afgesproken plaats stond en ik hield me altijd aan de gemaakte afspraken.
Omdat ik zoveel mocht zag ik ook geen reden om ‘s nachts door het raam naar buiten te kruipen, of me op verplaatsing stiepelzat te drinken omdat ik thuis nooit geleerd had wat alcohol was of wat het met me zou doen.
Pas op, ik wil mezelf hier niet heilig verklaren hé, ik heb best wel wat dingen uitgehaald die ik nu pas, op mijn zevenentwintigste, uit de doeken durf doen thuis, maar die dingen zijn eerder zeldzaam.
Het feit dat ik steeds in ouder gezelschap verkeerde zorgde ervoor dat ik steevast een jaar of twee, drie ouder werd geschat dan ik werkelijk was. Op zich een fijn gevoel als je in een levensfase zit waarin je alleen maar uitkijkt naar het moment waarop je ouder en zelfstandiger zal zijn. Al bleef ik natuurlijk altijd en overal wel de jongste, want ook ik verjaarde nog steeds maar één keer per jaar.
Toen ik een relatie begon met Bas werd het verschil alleen maar groter. Hij vijf jaar ouder dan ik, zijn vrienden allemaal cirkelend rond dezelfde leeftijd. Ik was ‘het eeuwige kneusje’ van de groep, maar ik was al lang blij dat het bij een gevoel bleef en dat mijn leeftijd niet in grote zwarte cijfers op mijn voorhoofd geschreven stond.

In de loop der jaren is er iets veranderd.
Nu zou ik soms willen dat mijn leeftijd wél op mijn voorhoofd gedrukt stond.
Ik denk dat het me pas is beginnen opvallen toen ik student-af was en begon te werken. Ik was intussen ook getrouwd en pendelde iedere morgen van Gent naar Aalst. In treinstations stoppen ze je van alles in je handen zonder te kijken wie ze voor zich hebben, van koekjes tot badschuim, koffie of een miniverpakking cornflakes of tampons, ik sleurde al heel wat mee op de trein.
Maar af en toe is het anders.
Voor bepaalde producten of aanbiedingen word je persoonlijk aangesproken als je tot de juiste doelgroep lijkt te behoren. En ik gebruik hier heel bewust het woord ‘lijkt’.
Op een doordeweekse dag stap ik van de trein in Aalst en word staande gehouden door een jongeman, enkele jaren jonger dan ik, die het met mij wil hebben over een interessante folder omtrent studiekeuze. Ik, op dat moment een jaar of vijfentwintig, getrouwd, twee hogere diploma’s en op weg naar mijn vaste job. Om na het werk weer richting het huis te gaan dat ik met mijn man gekocht heb en aan het verbouwen ben.
Veel sorry’s van de vriendelijke jongen later stap ik verder richting werk, met een glimlach want uiteindelijk is dat allemaal zo erg niet, nadenkend over een manier om duidelijk te maken dat ik toch al een klein beetje verder sta in het leven dan je op het eerste zicht zou zeggen. Op mijn weg van het station van Aalst naar mijn bureau passeer ik een middelbare school. Het verbaast u waarschijnlijk al lang niet meer dat ik, terwijl ik me peinzend richting werk haast, tot snelheid word aangemaand door de stadswacht omdat de schoolpoort aan het sluiten is.
Op zo’n moment kan ik alleen maar eens met mijn ogen draaien, en zuchten, en beslissen dat ik vanaf morgen nooit meer een rugzak mee naar het werk neem. Het mag als pendelaar dan veel makkelijker zijn, ik doe het niet meer!
Later die dag besloot ik dat niks me kon redden en ik maar beter kon leren leven met mijn jeugdige uitstraling en er hier en daar mijn voordeel mee doen. Ik overwoog nog even het met een zwangere buik te proberen, maar dan ben je al snel een tienermoeder met tal van problemen, ik zou de tel van de “zo jong en al zwanger” ‘s waarschijnlijk niet eens kunnen bijhouden.

Er jonger uitzien dan je bent. Is dat erg?
Goh, érg niet.
Is het leuk?
Absoluut niet.
Of toch zeker niet altijd.

Elke vrijdag ga ik naar het ziekenhuis voor een sessie hydrotherapie, oefeningen in warm water om mijn spieren op een zachte manier toch soepel en ontwikkeld te houden. Tijdens één van de sessies zit ik samen in het bad met een man van in de vijftig, druk vertellend over zijn vrouw en diens dochter die nu ook zijn stiefdochter is. Hij zegt dat ik hem aan haar doe denken. Op een bepaald moment vertelt hij een anekdote over haar en tijdens zijn verhaal draait hij zich naar mij om en zegt “Wat zou jij nu in die situatie doen. Ik weet niet precies hoe oud je bent maar ik schat je rond de leeftijd van mijn dochter, zij is zestien”. Ik begin te lachen en zeg dat ik er jonger uitzie dan ik ben en dat hij er exact tien jaar naast zit. Met een rooie kop verontschuldigt hij zich en zegt dat ik het dan maar als compliment moet nemen. Dat euhm, doe ik niet, maar ik neem het hem ook niet kwalijk want waar begin ik dan aan. Uiteraard hoor ik daar nog achteraan komen dat ik later blij zal zijn dat ik er jonger uitzie dan ik ben.
Dat zeggen ze namelijk élke keer…

En ik mag eigenlijk echt niet klagen, bij mij gaat het in de meeste gevallen over een vergissing van enkele jaren. Bas durven ze soms nog zijn identiteitskaart vragen om te weten of hij wel degelijk meerderjarig is terwijl hij binnenkort aan zijn midlifecrisis begint.
Als kind was mijn liefste heel klein en mager, waardoor hij vaak geconfronteerd werd met het feit dat hij fysiek moeilijk kon opboksen tegen zijn leeftijdsgenoten. Hij besloot dan maar grappig en ad rem te zijn, ter compensatie. Dat klein en iel zijn is er intussen uitgegroeid, maar de grote bek heeft hij gehouden. En daar kan ik me lekker veilig achter verstoppen, zalig!
Intussen is hij tweeëndertig, die man van mij.
Toen ik twaalf was ging ik ervan uit dat een dertigjarige vijf kinderen had, een aktetas en opgeblonken schoenen droeg en elke avond een borrel dronk om te kunnen slapen. Zo oud is hij dus, mijn liefste. En hij worstelt al zijn hele leven met het probleem dat hij er een stuk jonger uitziet dan hij is.
Voor ik er zelf mee geconfronteerd werd moet ik eerlijk zeggen dat ik soms vond dat hij overdreef. Ok, misschien is het niet altijd leuk, maar er zijn ergere dingen. Toch?
Maar toen ik zelf vergaderingen moest voorzitten en merkte dat iedereen me voor stagiaire aanzag en benieuwd bleef wachten op diegene die de boel zou leiden, wist ik waar hij het al die jaren over had. Het is echt geen leuk gevoel. Mensen die op je neer kijken omdat ze denken dat ze wel weten wie je bent, of wat je al bereikt hebt. En dat is daarom niet bewust hé, ik wil hier zeker niet met modder gooien, maar we doen het vaker dan we denken.
Let er maar eens op!
Toen Bas een tijdje geleden een dagje van thuis werkte, wilde hij een belegd broodje halen. We hebben een broodjeszaak op wandelafstand, makkelijk zat. Het was een late lunch, zo rond de klok van twee. De baas van de zaak passeert Bas tijdens het afruimen van de tafels en zegt “maar jongen, ben jij niet een beetje laat, de middagpauze is toch al voorbij”.
Nu moet je weten dat er bij ons in de buurt geen hogescholen zijn.
Ik wil maar zeggen…

Toen we de laatste keer in New York waren hadden we tickets gekocht voor een comedyvoorstelling. We waren uit eten geweest en kwamen maar net op tijd aan, of eigenlijk net te laat want iedereen was al binnen. Aan de ingang stonden twee jonge kerels aan een statafeltje om tickets te controleren. Onze kaartjes werden gecheckt en één van de mannen zei “I’m sorry guys, you look kind a young so I’m gonna need some ID.” Terwijl we glimlachend onze paspoorten bovenhaalden, zei Bas “We know we look young, but we’re definately older than we look”. De twee bekeken onze identiteitskaarten en toen ze uitgerekend hadden dat Bas de dertig gepasseerd was barstten ze beiden in lachen uit. Niet uitlachen, eerder lachen uit een vorm van ongemak en oprechte verontwaardiging. Op de typische New Yorkse manier schudden ze ons de hand en bevestigden dat we inderdaad véél ouder waren dan ze ons hadden geschat. We kregen een fluo geel bandje om de pols waarop ‘age verified’ stond, noodzakelijk om alcohol te krijgen in de keet. Net als alle meerderjarigen, dachten we, makkelijk voor de obers die dan geen ID meer moeten controleren tijdens de show. Toen we de zaal binnenliepen bleken we de enige twee personen te zijn met dergelijk bandje. Ik voelde me piepklein toen ik mijn Long Island Ice Tea bestelde, de serveerster moet vast gedacht hebben dat we onze eenentwintigste verjaardag kwamen vieren. Long Island Ice Tea, vieren in stijl dat we eindelijk alcohol mogen drinken. Olé!*
*Lees: gênant

Als Bas en ik samen ergens komen gaat men er steevast uit dat we een pril koppeltje zijn, studerend en inwonend bij de ouders. Of hoe verklaar je anders de vraag “en uw adres juffrouw?” na het opgeven van ons adres voor een prijsvraag in de één of andere winkel.
Ik moet eerlijkheidshalve wel toegeven dat we heel vaak rondlopen, of rollen, als twee losgeslagen pubers, en dat meestal gehuld in jeans en een hoodie. Maar dan nog. Uitgaan van uiterlijke kenmerken en op basis daarvan beslissingen nemen zou eigenlijk niet mogen, toch?
Meestal is dat heel onschuldig, en vaak grappig, maar niet altijd.
Toen we ons huis kochten besloten we onze rekeningen gezamenlijk te maken. We gingen dan ook naar de bank om mij een volmacht te regelen voor Bas zijn spaarrekening, die de onze zou worden. We meldden ons aan, vertelden waarvoor we kwamen en namen plaats in de open wachtruimte. Enkele minuten later kwam de bediende naar beneden, overlegde even met de dame aan de balie, keek naar ons, schudde zijn hoofd en nam ons toen mee naar zijn kantoor. Ik legde uit waarvoor we kwamen en hij zei dat dit niet zou lukken.
Hij deelde ons mee dat het niet mogelijk was een volmacht voor een spaarrekening aan iemand te geven, tenzij we zouden trouwen. Bas en ik keken even naar elkaar en Bas vroeg waarom hij ervan uitging dat wij niet getrouwd waren, terwijl we beiden onze trouwring toonden. De vlotte beambte lachte het weg met de woorden “och, mijn collega zei dat jullie niet getrouwd waren, maar in dat geval is er helemaal geen probleem. Hier zie!”.
Maar bij ons bleef er toch een ietwat wrange nasmaak achter. Het meisje aan de balie had ons niks gevraagd, dus wie was zij om voor ons uit te maken of we al dan niet gehuwd waren?
Niet dat dit iets is waar ik dan weken slechtgezind van loop hoor, maar in een situatie als deze vond ik het behoorlijk ongepast.

Sinds jaar en dag hoort Bas, en sinds kort ik dus ook, dat hij later blij zal zijn.
Dat het leuk is om er lang jong uit te blijven zien, dat mensen dan verschieten over de ervaring die je al hebt ondanks je jeugdige uiterlijk en dat het leuk is ze daarop te wijzen.
Vooral van zijn papa horen we het vaak, want die heeft het ook.
En mijn schoonpapa is nu, op zijn zestigste, eindelijk van de voordelen aan het genieten.

We moeten dus gewoon nog even op de tanden te bijten, liefste van me.
Onze tijd komt!

Advertisements

2 thoughts on “Wacht maar tot ge vijftig zijt!

  1. Ik ken dat ook. Ik studeer wel nog, dus zo’n probleem vormt het (nog) niet, maar het is toch best wel irritant als je bij de NMBS gaat vragen om zo’n campuskaart en het eerste wat ze vragen, is, “Ben je al 18?” (25 and counting op het moment van voorvallen). Vooral wanneer de loketbediende je de voorbije tien jaar al zo’n honderduizend keer geholpen heeft, je zou toch verwachten dat ze weten dat een mens niet eeuwig 15 blijft. Ach ja, zoals je zegt, tegen dat we vijftig zijn 😉

  2. Leuk geschreven en deels herkenbaar! Ik heb dat ook voor, wel in mindere mate! Minderjarig schatten ze me toch niet meer 🙂
    In de bank gelukkig ook nog zo geen stoten tegengekomen, al zal het feit dat mijn lief er ouder uitziet dan hij is, zal daar ook wel mee te maken hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s