Eén plus één is drie

Dat mijn liefste en ik al ongeveer drie jaar klaar zijn voor kinderen kon u hier al lezen. En de laatste tijd neemt het topic ‘baby’ weer een heel belangrijke plaats in ons leven in.

Enkele weken geleden kwam ik tot de conclusie dat ik het laatste jaar een enorme sprong voorwaarts heb gemaakt wat betreft het aanvaarden van mijn chronisch ziek-zijn en het ‘leren leven met’, in hoeverre dat überhaupt mogelijk is.
Ik zit niet meer voltijds op beterschap te wachten, ik speur niet meer alle mogelijke websites af op zoek naar een eventuele doorbraak, ik ben niet meer fundamenteel ongelukkig omdat ik op dit moment niet kan en mag werken.
Dat wil niet zeggen dat ik me neerleg bij de situatie, dat is weer iets anders.
Ik heb nog steeds hoop, en die hoop ik ook nooit kwijt te raken.
Elk beetje minder pijn, hoe miniem ook, maakt me blij en geeft me kracht om te blijven vechten. Want een gevecht is het, elke dag, dat ziek zijn voor altijd.
Ik hoop nog altijd dat er meer in mijn leven zal zitten dan wat ik er op dit moment uit kan halen.
Ik heb die hoop ook hard nodig om te leven van dag tot dag.
Want dat is wat ik nu probeer te doen, leven van dag tot dag. Niet wachten op ‘wat als’ of ‘misschien’ of ‘je weet nooit’. En dat maakt het draaglijk.
Ik hou er rekening mee dat het misschien nooit meer beter wordt, dat de kans bestaat dat het nog slechter wordt. Maar zonder de hoop te verliezen en zonder te stoppen met leven.
Dat heb ik geleerd.
En daar ben ik fier op. Want het was allerminst een makkelijk jaar.
Niet voor mij en niet voor mijn omgeving.

Terwijl ik me dit realiseerde besefte ik dat er één iets was dat ik niet ‘in het nu’ zag, dat ik maar voor me uit bleef schuiven voor ‘het moment waarop het beter zou gaan’.
Het krijgen van een baby.
En dat terwijl ze steeds maar dichterbij komen, de kinderen. Het wordt stilaan onmogelijk om er mijn ogen voor te sluiten en te doen alsof ze er niet zijn.
Vrienden die drie jaar geleden, toen wij beseften dat we klaar waren voor een baby, uitriepen dat kinderen écht nog niet voor nu waren, worden nu zwanger.
En wij?
Wij staan geen stap verder.
Wij zitten maar te wachten ‘tot het beter gaat’, terwijl ik net heel hard werk aan het niet-focussen op eventuele beterschap.
Dat kon niet blijven duren, ik moest hier iets mee doen.
Een beslissing nemen, en wel op relatief korte termijn.
Voor mij en mijn gemoedsrust.

Die beslissing hield in dat we op zoek zouden gaan naar alle mogelijke info omtrent zwanger worden en kinderen krijgen in mijn situatie om dan zo doordacht mogelijk, want hoeveel zekerheid kan je hebben over iets zo onzeker als een zwangerschap, een keuze te maken.
Een keuze om te springen, te proberen en te zien waar we zouden uitkomen.
Of een keuze om te beginnen aan een soort van rouwproces, om te aanvaarden dat de kans bestaat dat we misschien nooit een kindje zouden hebben.

Via via kwam ik in contact met een lotgenote. Een jonge vrouw, intussen bevallen van een gezonde baby, die op het moment van ons eerste contact via email een achttal maanden zwanger was. Zij werd begeleid door een gynaecologe in Kortrijk, gespecialiseerd in hoog-risicozwangerschappen en met veel ervaring met vrouwen met allerhande chronische pijnen, waaronder ook fibromyalgie.
Ik maakte meteen een afspraak en een maand of twee later kon ik bij haar terecht.

Een afspraak waar Bas en ik heel erg naar uitkeken en ook een beetje bang voor waren.
Want wat zou ze te vertellen hebben?
Door de gesprekken die ik de laatste weken had met mijn psycholoog, mijn mama, met vrienden, hadden we weer wat hoop gekregen. Misschien kon het toch, een kindje van onszelf.
Het zou moeilijk zijn maar wij zouden dat toch wel kunnen?
Wij als koppel, samen met ons ijzersterk sociaal netwerk?
Maar wat als die gynaecologe het helemaal niet zag zitten?
Wat als het gesprek met haar weer alle hoop zou doen verdwijnen?
Uiteindelijk kregen we, al bij al, goed nieuws.
Mijn medicatie bleek een minder groot probleem dan ik verwachtte. Ik zou wel moeten minderen, maar de meeste pillen zou ik wel kunnen blijven nemen tijdens een zwangerschap.
En de kans was reëel dat ik onder invloed van de hormonen tijdens de zwangerschap minder pijn zou hebben, dat wist ik en werd ook bevestigd.
Minder positief was het nieuws over wat erna zou komen.
De dokter was ervan van overtuigd dat ik een zwangerschap, indien goed begeleid, wel zou kunnen doorstaan. Ze zou er altijd zijn en helpen waar nodig.
Maar daarna zou het aan ons zijn natuurlijk.
Zij is niet degene die het kind moet opvoeden, dat is onze taak.
Ze was heel eerlijk in het feit dat ze nog nooit iemand had gezien in mijn situatie, en dat ik er sowieso van moest uitgaan dat we zouden moeten uitkijken naar bijna fulltime hulp in huis.
Dat wisten we allemaal wel, maar het had nog nooit iemand zo rechtstreeks tegen ons gezegd, en dat kwam wel aan.
Ik kan geen hele dag alleen voor een kind zorgen, dat is waar.
Bas kan niet minder gaan werken want hij is de enige kostwinner, dat is ook waar.
En hulp in huis is niet gratis, dat is zeker waar.
Daar stonden we dan.
Met een sprankeltje goed nieuws over de zwangerschap.
En een hoop vragen om ons op te storten.
Veel praten, veel uitzoeken, veel nadenken.
Dat staat ons te wachten de komende dagen, weken, maanden.

Ik wil nog steeds snel beslissen, maar ik wil het ook goed en volledig doen.
Uitzoeken op welke hulp we beroep zouden kunnen doen.
Hulp in huis, of buitenshuis zodat ik enkele dagen per week enkel aan rusten zou moeten denken.
Uitzoeken wat die hulp ons zou kosten.
Uitzoeken of ik ergens aanspraak op zou kunnen maken als ik nogmaals een poging doe om een dossier vast te krijgen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Maar vooral veel praten met elkaar.
Zien wij dat allemaal zitten?
Hebben wij het ervoor over om heel ons leven om te gooien voor een baby?
Kunnen we dan?
Willen we dat?
Gaat dat?
Praktisch?
Financieel?
Is het mogelijk of zijn we gewoon gek?

Soms denk ik echt dat we zot zijn om hieraan te denken.
Als ik mezelf nu bekijk en ik denk er een baby bij.
Hoe kan dat?
Ik kan nog niet voor mezelf zorgen op dit moment, wat moet dat dan met een wezentje erbij dat de eerste jaren helemaal niks zelf kan, compleet afhankelijk van je is?
Maar langs de andere kant kan ik me echt geen leven voorstellen zonder kind.
Of Bas en ik ooit kinderen zouden hebben dat was nooit een vraag, dat was een wetenschap.
Wij zijn gemaakt om ouders te worden, allebei apart en al zeker samen.
Wij zouden dat geweldig doen.

Bas en ik dat is zoals een witte boterham en een goeie lik choco.
En is er iets dat kinderen liever hebben?
Ik dacht het niet…

Advertenties

4 thoughts on “Eén plus één is drie

  1. Laat de kinderen tot mij komen – Want alli 't is toch waar zeker?

  2. Mijn zwangerschap overviel me min of meer 19 jaar geleden. Ik alleenstaande moeder, chronische aandoening, rolstoelgebonden, niemand geloofde er in. Maar weet je, naast boterhammen met choco is liefde een hoofdingredient, dat jullie liefde te geven hebben is mij duidelijk. Is het zwaar, ja. Duur, ja. Is het het waard?Ja Ja Ja. Ik ben de trotse mama van een 18 jarige, er ging geen logische gedachte aan vooraf en het kwam allemaal goed!

  3. Hoi Annelies,

    Ik heb je via Facebook proberen contacteren want ik ben zelf ook al heel lang aan het sukkelen met CVS en prikkelbare darm enz.. Ik wou je een vraagje stellen of je Lyme al eens grondig hebt laten testen?

    Vriendelijke groetjes ..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s