Ode aan een trip der vriendschap en aan de vriendschap zelf

Of ik tijdens het Pinksterweekend vrij was en haar wilde vergezellen naar de Champagnestreek om haar grootouders naar hun vakantiebestemming te brengen, vroeg Annelies me een dikke maand geleden.
Ik chechte voor de zekerheid even mijn overvolle agenda, zo’n langdurig zieke heeft het namelijk altijd drukdrukdrukdrukdruk, alvorens volmondig “JA!” te roepen.

Annelies is een vriendin.
Een goede vriendin.
Eén van de beste die er zijn eigenlijk.
We kennen elkaar al een tijdje, maar werden de laatste jaren steeds hechter.
She’s a keeper!
Omdat haar grootouders elk jaar naar dezelfde regio op reis gaan maar het niet meer zo goed zagen zitten om het hele eind naar Frankrijk te rijden, hadden Annelies en haar zus voorgesteld hen te brengen en een week later weer op te halen.
Kwestie van het aangename aan het nuttige te koppelen stelde ze voor om er een meidenweekend van te maken, lang nadenken was in deze dan ook niet aan de orde. Ik was, bij wijze van spreken, al gepakt en gezakt nog voor de vraag volledig kon worden gesteld.
We regelden, we boekten, we spraken af, we lachten en keken vooruit.
En enkele weken later was het moment al daar, we vertrokken.

Zaterdagmorgen zeven juni, acht uur ‘s morgens.
Annelies vertrok vanuit De Pinte, met de auto van haar opa en oma.
Ik stapte in de zwarte Johnnybak van Penelope, helemaal klaar voor het avontuur.
Mijn vriendschap met Penelope is nog relatief pril, maar sommige dingen passen gewoon.
En wij, wij passen perfect in elkaar, als een puzzel.
It was meant to be.
Ze is er altijd, whatever whenever.
Ze kookt, ze strijkt, ze lacht, ze huilt, ze leeft.
Ik zou haar niet meer kunnen missen.
De rit heen was op zich al geweldig.
Penelope en ik leefden ons volledig uit, in hoeverre dat mogelijk is in de bepekte ruimte van een auto uiteraard. Meekwelen met de muziek, kleine dansjes en lachen om de uitspraken van de Hollandse trien van de GPS.
‘Meisjes onder elkaar’ is waarschijnlijk uitleg genoeg om een beeld te vormen van de taferelen die zich afspeelden op de weg tussen Gent en Les Charmontois.

Ik was zo blij dat ik eens weg kon.
Sinds het zo slecht gaat met mijn gezondheid is reizen heel moeilijk geworden.
Ik zit voornamelijk thuis, en dat weegt.
Elk voorstel om er even ‘uit’ te zijn grijp ik dan ook met beide handen beet. Dat het zwaar is en dat ik tijdens en na zal afzien weet ik op voorhand, maar de energie die ik uit zo’n weekend haal verslaat al die pijn voor mij met oorverdovend gemak.
Geluk haalt het met voorsprong.
Laat mij maar leven, laat mij maar doen.
De eerste avond brachten we door in het gastenverblijf waar ook de grootouders van Annelies sliepen. Les Charmontois was hun vaste vakantiestek, sinds jaar en dag.
Al snel bleek dat er een tweede reden was om steeds opnieuw naar hier te komen, er had zich namelijk een tak van de familie genesteld in de regio rond dit dorpje.
Opa Sylvain en oma Elza kwamen dan ook niet enkel op vakantie, ze werden elke middag ergens anders verwacht voor een uitgebreid familiediner.
We moesten even lachen toen we hoorden dat ze daarnaast ook nog de vaste leverancier van Belgische producten voor de familie waren. Elk jaar opnieuw werd de wagen volgeladen met rozijnenbroden en koekjes van Jules Destrooper, omdat die in Frankrijk niet te vinden zijn.
Alleen al de aanblik van de auto vol etenswaren voelde aan als écht vakantie.
En dan heb ik het nog niet over het uitzicht gehad.
Les Charmontois ligt nogal afgelegen, en de chambres d’hotes van Nicole en Bernard staat op een gigantisch terrein waar je eindeloos kan uitkijken over het prachtige Franse landschap. De zon die torenhoog aan de hemel stond droeg vanzelfsprekend ook bij aan de idylle van het moment.

Voor mij was het intussen dringend tijd om te rusten.
Na een autorit van vier uur schreeuwde mijn lichaam luidop van de pijn.
Maar geen probleem.
Vakantie betekent ‘niks moet alles mag’, dus nestelde ik me in één van de comfortabele tuinzetels in de tuin tussen de bloemen en fruitbomen. Opa Sylvain raadde ons aan een meer in de buurt te gaan bezoeken maar, deels uit saamhorigheid deels uit pure luiheid, besloten Annelies en Penelope zich naast mij in de tuin te gooien en de rest van de middag op het prachtige terrein door te brengen.
Er werd gedut, gelezen, gekletst, gelachen, gefrisbeed en duchtig zonnecrème gesmeerd.
En toen was er barbecue, what else?
Lekker mals vlees, champagne, groenten uit België en verse Franse aardbeien.
En grootouders, aan tafel, niet op de barbecue.
Het klinkt misschien raar maar voor mij was het echt fijn om nog eens te kunnen proeven van het gevoel grootouders te hebben.
De opa en oma waar ik de helft van mijn kinderjaren doorbracht zijn respectievelijk drie en vier jaar dood. Het is dus alweer een tijd geleden dat ik me kon wentelen in grootouderlijke watten.
En weet je wat?
Het voelde fantastisch, ik liet me met veel plezier adopteren voor één avond en genoot met volle teugen van het soort liefde dat je alleen maar van grootouders kan verwachten.
Toen ze ons vroegen of we het niet zagen zitten een contract te tekenen voor de eerstvolgende vijf jaar moest ik dan ook geen seconde nadenken.
Boek mij maar vast een kamer.
I’m in!

Na een uitgebreid ontbijt van croissants, smoothie, zelfgemaakte confituur en echte Franse pain, geen baguette want die hebben een hardere korst, lieten we Nicola, Bernard, Elza en Sylvain achter ons en reden met z’n drietjes richting Epernay.
Drie meiden op de baan.
Klaar om een perfect vervolg te breien aan een perfect begin van een perfect weekend.
Raampjes open, muziek loeihard, armen uit de ruit en maar genieten.
Genieten.
Genieten.
Genieten.
Ik kan de twee dagen die hierop volgden nog tot in detail beschrijven maar dat ene woord vat eigenlijk alles perfect samen.
We waren vrij.
Gelukkig.
Helemaal op ons gemak bij elkaar.
Niks moet alles mag, dat was het uitgangspunt en zo geschiedde.

Samen met mijn twee vriendinnen on the road.
Beter ga je niet snel vinden.
Als ik moest rusten lieten ze me slapen.
Als de pijn te erg werd brachten ze pijnstillers.
Als ik honger had gingen ze om pizza, omdat ik dat het liefste eet.
(Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat ze eerst het bierfestival passeerden en licht beschonken en giechelend naar onze chambres d’hotes terugkeerden.)
Ze smeerden me in met aftersun als mijn armen dat niet meer konden.
Ze kleedden me aan als mijn lichaam categoriek weigerde mee te werken.
Ze zouden me gedragen hebben als ik het eindje tussen bed en badkamer niet meer kon overbruggen.
Ze waren helemaal zichzelf, en zo zie ik ze het liefst.
En daardoor kon ik ook mezelf zijn, omdat ik wist dat ik me nergens zorgen over hoefde te maken.
Dat zij er waren, als twee sterke krijgers.
Dat zij mijn armen, mijn hoofd en mijn benen zouden zijn als dat nodig was.
Mijn twee vriendinnen, minstens even lief als mooi en man wat zijn ze mooi.

1512465_10152847354534186_7123955628384310736_n

Ondanks de dagelijkse miserie, de pijn en het ziek zijn, voel ik me soms een echt zondagskind.
Omdat ik vrienden heb.
Echte vrienden.
Want, geloof het of niet, er bestaan er nog zoals die twee.
Vrienden en vriendinnen waar je op kan bouwen.
Die komen ontbijten op thuiswerkdag.
Die hun vrije uren gebruiken om je naar het ziekenhuis te brengen.
Die sukkelen met een rolstoel en een auto in het stadscentrum om je toch nog eens in een toneelvoorstelling te krijgen.
Die je als verjaardagscadeau meenemen op weekend omdat ze weten dat je daarvan nog het meest geniet.
Die op de kat komen passen als het eindelijk nog eens lukt om drie dagen op vakantie te gaan.
Die lieve sms’jes sturen als je in het ziekenhuis ligt.
Die nog duizend-en-één andere dingen doen zonder erbij na te denken, in naam van de vriendschap.
Vrienden en vriendinnen die veel meer eer verdienen dan een stukje in een blogpost.
Maar een mens moet ergens beginnen.
Ik weet niet waaraan ik ze verdiend heb maar ze zijn er.
En ik geef hen terug wat ik kan, alles wat ik in me heb, omdat vriendschap van twee kanten moet komen om te kunnen blijven voortbestaan.
Ik koester ze zoveel als mogelijk.

Want vriendschap is één van de mooiste dingen die er zijn.
En mooie dingen mag je niet for granted nemen.

Advertisements

6 thoughts on “Ode aan een trip der vriendschap en aan de vriendschap zelf

  1. waaw, klinkt als een zalig weekend!! 😀 ik zag de beelden zo voor mijn ogen! Mooi om te lezen hoe de waarde vriendschap hier volledig in de bloemetjes wordt gezet! En meer dan terecht! die laatste zin vat het helemaal… Ongelooflijk welke energie je daaruit kan halen… uit kleine dingen, uit respect, uit begrip, uit vriendschap. Ik heb er al vaak bij stilgestaan of over nagedacht wat vriendschap betekent. Vrienden die inderdaad dingen doen, hoe klein ook, zonder erbij na te denken, gewoon, omdat jij het bent, dat zijn ze, de plakkers. Ik vind vriendschap eigenlijk nog het mooiste om over na te denken, een wederzijdse band zonder verplichtingen, enkel met de wil, met je buikgevoel. heerlijk 🙂

  2. Een mooie ode aan zéér mooie vriendschappen !
    En inderdaad door ziek te zijn, beschouwen wij dit als een kostbaar geschenk …
    Daar zit juist onze kracht ! Al is niet iedereen omringd door zo’n mensen, kan er over meespreken maar toch stemt me dit hoopvol, want het bestaat !
    Groetjes Sophie

  3. een prachtige ode aan mensen bij wie iemand zichzelf kan zijn.
    zonder maskers, zonder gêne.
    koester ze. want ze worden zeldzaam… jammer genoeg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s