Koning Kevin… En Dieander.

Dat ik van nature uit niet de allergrootste dierenliefhebber ben is nooit een geheim geweest, al klinkt dat bij nader inzien eigenlijk wel harder dan ik het bedoel.
Ik vond dieren altijd wel tof en sommige ook echt mooi daar niet van, en ik zou een dier nooit kwaad doen, maar ik hoefde eigenlijk nooit zo per se een huisdier.
Als kind nog wel een beetje, omdat dat nu eenmaal is wat alle kinderen willen. Maar toen ik wat ouder werd was onze hond voor mij eigenlijk enkel nog een goed excuus om stiekem sigaretten te gaan roken want ja, het beest moest toch zijn wandeling nog krijgen.
Iedereen content, behalve mijn longen misschien.
Maar die zijn intussen vast alweer parelwit, in het geval dat parelwitte longen wijzen op een van rook en andere mottigheid gezuiverde toestand uiteraard.
Dus toen ik op kot ging besliste ik voor mezelf dat een huisdier gedoe, extra opkuis en verantwoordelijkheden met zich mee bracht waar ik bewust niet voor zou kiezen.
Maar ik bleef maar één jaar écht op kot.
Na dat jaar ging ik samenwonen.
Met een man die zijn kat moest en zou krijgen.
Via Twitter leerden we de vzw van Anja Viaene, Kitten in Nood, kennen en na een bezoek aan de vzw in Brakel keerden we terug met Onze Kevin.
PatsBoemKlets ik was verkocht.

Onze Kevin werd al snel mijn bondgenoot in lange eenzame dagen.
Dat beestje lijkt te voelen wanneer ik even niet meer kan en troost nodig heb.
Hij leest me.
Hij kent me.
Anderhalf jaar geleden had ik je uitgelachen als je me vertelde dat ik dit ooit zou schrijven.
Een kat die je gevoelens leest.
Kom op zeg, laat het zijn.
Een kat is een beest, en dan nog niet eens het meest sociale.
Een kat is blij dat ie eten krijgt zonder er zelf moeite voor te moeten doen.
That’s it.
Een kat is nooit écht van u.
Op dit moment zou ik mezelf van anderhalf jaar geleden willen slaan voor het naar buiten brengen van zoveel ongevoeligheid en, erger nog, volsterkte onwaarheden.
Ik verzorg dat beestje (bijna) alsof het mijn kind is.
Ik betrap mezelf erop dat ik naar belachelijk dure hebbedingen voor poezen kijk en heel even overweeg of dat toch geen goeie aankoop/investering zou zijn, alsof een huis verbouwen op maat van je kat ooit, zélfs met de allerbeste goodwill van de wereld, een verstandige investering zou kunnen zijn.
Ik ben alles wat ik dacht dat ik nooit zou zijn.
En weet je wat?
Het is zalig.
Ik voel me er goed bij, heel goed zelfs.
Zeker omdat het hier een poes met een handleiding betreft.
Onze Kevin is een bangerik, maar écht een bangerik.
En met veel geduld, liefde en tijd zijn we erin geslaagd een thuis voor hem te creëren waarin hij zich goed en veilig voelt.
En dat zie je.
Geen eenvoudige taak, maar als het lukt is de voldoening niet te overzien.

We dachten heel even om er meteen een tweede kitten bij te nemen, maar uiteindelijk besloten we dat toch maar niet te doen.

Tot een maand of drie geleden.

Ik post regelmatig een berichtje op de Facebookpagina van Kitten in Nood, om de leden te laten weten hoe het Onze Kevin vergaat. Een leuke foto, een grappig verhaaltje, een melige tekst omdat ik zo blij ben dat hij bij ons beland is en geregeld ook een vraag naar wat dieropvoedkundige raad uit ervaring.
En toen ineens verscheen daar een foto van een klein poesje dat nog op zoek was naar een nieuwe thuis.
Het was er eentje zoals ik nog nooit een poesje zag.
Zo speciaal.
Zo mooi.
PatsBoemKlets ik was verkocht.
Opnieuw.
We beslisten dat het schilpadkatje, want zo noemen ze een beestje met dergelijke vacht had ik op het wereldwijde web bij mekaar gesurft, zou er komen.
En toen begon het mentale pingpongspel, Bas en ik heen weer tegen onszelf en tegen elkaar.
Het ging van ‘zouden we dat nu wel doen,’ naar
‘ja jong, dat gaat leuk zijn,’ naar
‘Onze Kevin gaat zich bedreigd voelen we hebben de verkeerde beslissing genomen,’ naar
‘we hebben nu uiteindelijk beslist we gaan ervoor,’ naar
‘nee ik bel het af,’ naar
‘ge zijt zot,’ naar
‘gij kent Onze Kevin niet zoals ik hem ken,’ naar
‘ge zijt écht zot’.
Eindeloos.
Twijfel.
Gewik en geweeg.
Gezaag (van mij) gevolgd door argumenten (van Bas).
En omgekeerd.
Ja, ook omgekeerd.
Maar ze kwam er, de poes.
Heel plots was er die zaterdag waarop we haar konden gaan afhalen.
‘Annelies kiest de kat, Bas de naam,’ dat was de duidelijke afspraak die we maakten toen we die eerste keer richting Brakel reden en Bas op de terugweg besloot dat de kat die ik had uitgekozen ‘Onze Kevin’ zou gaan heten.
Dit keer stond de naam al langer vast dan de kat zelf. Als we ooit voor een tweede zouden gaan moest en zou de naam van het beestje ‘Dieander’ worden.
Het is even wennen, die naam, maar probeer het toch maar want na een tijdje ga je inzien dat er geen briljantere kattennaam bestaan.
Behalve ‘Onze Kevin’ dan misschien.
Hij blijft ze zomaar uit zijn mouw schudden.
Wat een held, die man van mij.

Dieander dus.
Een klein poezenmeisje van een drietal maanden oud.
In de tijd die verstreken was tussen de beslissing en de eigenlijke komst van Dieander had ik de fout gemaakt het internet compleet uit te lezen voor wat betreft artikelen over het nemen van een tweede kat.
Ik werd gek.
Met een beetje pech keken we maanden van gevecht, geblaas en gekrijs tegemoet.
Als het al ooit zover kwam dat ze in dezelfde ruimte zouden kunnen zijn, voor hetzelfde geld lukte het nooit en moesten die twee tot het einde der tijden in een andere kamer verblijven.
En wij dan ook waarschijnlijk, elke poes een mens.
Een deel van een ooit zo gelukkig gezin dat de fout maakte niet tevreden te zijn met wat ze hadden, namelijk slechts één kat.
We zouden uitgroeien tot een parabel die mensen ervoor moet behoeden niet teveel te willen omdat je dan het gevaar loopt alles kwijt te raken.
Om een lang verhaal kort te maken, we hadden ons erop voorbereid dat het misschien niet allemaal even gemakkelijk zou verlopen.
Thuisgekomen installeerden we Dieander in een ijzeren bench in de woonkamer die we aankleedden met een deken en kussens, een eigen kattenbak en een eet -en drinkbakje.
Anders dan Onze Kevin leek dit beestje helemaal niet mensenschuw, integendeel.
We lieten haar dan ook snel even vrij in de ruimte rondlopen om de omgeving te ontdekken.
Niks geen verstoppen, niks geen weglopen.
Het klein madammeke ging rustig op onderzoek uit. Ze trippelde de hele woonkamer rond, speelde met de veters aan onze schoenen, maakte van haar oren omdat ze nog te klein was om meteen overal op te springen en spinde ons doof.
Er zat pit in, in Dieander, dat was meteen duidelijk.

Onze Kevin bleef er rustig onder.
Dag één bracht hij door in stapjes richting bench.
Eerst stond hij in de deuropening, van daaruit kon hij Dieander maar af en toe zien wanneer die in de juiste hoek van de bench zat.
Daarna verstopte hij zich achter één van de brede houten poten van onze eettafel, zo kon hij de hele kooi in de gaten houden zonder zelf meteen gezien te worden.
En nog wat later stond hij met zijn neus tegen de bench te ruiken aan die kleine opdonder en te kijken naar wat die eigenlijk allemaal uitvrat in zijn huis.
Dag twee verliep wat minder goed.
Kevin liep de hele dag rondjes, in huis en rond de bench, en gromde en blies Dieander tegemoet. We probeerden instinctief in te grijpen op zo’n manier dat we Onze Kevin niet de indruk gaven dat hij een stoute kat was, want dat was en is ie niet, maar dat we dit gedrag echt niet konden tolereren.
Moeilijk hoor, dat kattenouderschap.
Nacht twee was, horend bij zijn dag, ook een harde.
Onze Kevin ligt het liefst van al samen met ons in bed, de nacht is dan ook zijn absoluut favoriete onderdeel van de dag. Dus hadden we vooraf afgesproken dat, ongeacht hoe de kennismaking zou verlopen, we Dieander beneden zouden laten slapen tot we merkten dat Onze Kevin zich helemaal op zijn gemak voelde bij de nieuwe bewoner van ons huis. Zo zou het voor hem duidelijk zijn dat zijn favoriete plekje nog steeds van hem was en dat die nieuwe niks zou veranderen aan het feit dat wij hem heel graag zagen, dachten wij pedagogisch.
Maar dat was buiten Dieander gerekend.
Van zodra één van ons ook maar durfde de deur achter zich toe te trekken en met Kevin de trap op begon te gaan, werd beneden ogenblikkelijk de aftrap van een heus huilconcert gegeven.
“Dat gaat wel over,” dachten wij.
Niet dus.
Een hele nacht hield ze het vol. En vergis u niet, een klein lijf kan behoorlijk wat decibels produceren.
Een hele nacht!
Oververmoeid, guess why, werd dag drie aangevat.
En dag drie was prijs.
Koekenbak.
Terwijl Bas en ik als twee onnozelaars op een kussen op de grond zaten om elke stap in de ontwikkeling van de band tussen onze twee poezen te kunnen volgen, nam Onze Kevin (ja écht, hij was het) het initiatief om zijn neus tegen het minineusje van Dieander te schuren.
Dat was de allereerste aanraking.
Als ik echt helemaal eerlijk wil zijn moet ik er wel bijvertellen dat Bas dit magische startschot van ware liefde heeft gemist omdat hij op het toilet zat, maar hij heeft me gevraagd voor de rest eerder discreet om te springen met die informatie omdat ze, en dat klopt, hier echt absoluut niks ter zake doet laat staan een meerwaarde biedt.
Na het neuzeneuzen verkenden de twee poezen mekaar rustig verder.
Stap per stap.
Spelen was de eerste, in de vorm van naar mekaar slaan met de poten, worstelen en over de grond rollen.
Een dag of wat later volgde het likken.
Eerst enkel het hoofdje en daarna het hele lijf met wat extra tijd en aandacht voor de anus.
Het blijft een beetje wennen hoor, die hele gatlikaffaire, maar op dat moment besef je dan wel weer loeihard dat het beesten zijn. En al dat gelik op specifieke plekken blijkt dan ook nog een bijzonder goed teken te zijn, las ik op verschillende websites die het kunnen weten, want dat dat wil zeggen dat ze tot dezelfde sociale groep behoren en mekaar daar ook in aanvaarden.
Of dacht je dat ik mijn kindertjes zomaar elkaars anus liet aflikken zonder daar eerst de sociaal wetenschappelijke achtergrond van te kennen?
Niet dus.

Nu is het echt genieten om ze samen bezig te zien.
Zo delen ze bijvoorbeeld alles, heel wat anders dan mijn oudere broer Arnout en ik indertijd.
Ik zou met een knorrende maag alle eten geweigerd hebben als ik het van hetzelfde bord moest eten als die stomme vieze aap van een broer.
Maar onze katten niet.
Zij gebruiken hetzelfde bord, glas en toilet.
Zonder gedoe.
En wat Onze Kevin ook doet of waar hij ook heen gaat, Dieander huppelt hem vrolijk achterna. Alleen heeft ze er het dubbel aantal stappen voor nodig, wat zorgt voor een bijna constante, gezellige cadans door het hele huis.
Alleen als hij naar buiten gaat moeten ze elkaar missen. Dieander houden we voorlopig liever nog wat binnenshuis, zeker gezien haar eerder avontuurlijke karakter.
Maar als hij buiten is, zit zij urenlang voor het raam te wachten.
Soms leggen ze zelfs hun pootjes tegen elkaar aan met de ruit tussen hen in, net als in de film.
Hij verzorgt haar, zij daagt hem uit.
Onze Kevin is een pak minder mensenschuw sinds zij er is, alsof hij haar tegen alles en iedereen wil beschermen.
Al denken Bas en ik eerder dat hij zijn gezicht niet wil verliezen ten opzichte van zijn kleine zus wanneer hij gillend de kamer uit stormt telkens er iemand aan de deur staat die hij niet kent.
De structuur in ons poezenhuishouden is overduidelijk.
Zij is de baas, hij laat zich dat met veel plezier welgevallen. Dan hoeft hij ook geen initiatief te tonen.
Just go with the flow of Dieander, dat is Onze Kevin in zeven woorden.
Na horrornacht nummer twee hebben we de poezen zelf hun slaapplaats laten kiezen, met als resultaat dat we sindsdien met vier zijn in bed.
Dat is even zoeken, maar als iedereen een beetje ruimte inlevert en af en toe een arm, been of poot over zich heen duldt is er eigenlijk geen enkel probleem.

Ik weet best dat het er allemaal wat over is en dat ik er waarschijnlijk ook veel te veel belang aan hecht.
Maar ik voel me er goed bij, Bas is dolgelukkig dat hij zijn goesting heeft gekregen, de poezen stralen van gezondheid én ik doe er niemand kwaad mee.
Dus who cares.
Koning Kevin en Prinses Dieander for life!

kevinendienader

Advertenties

6 thoughts on “Koning Kevin… En Dieander.

  1. Geweldig! Leuk om te lezen (heel je blog trouwens) Ook de moeilijke stukken zijn herkenbaar.. Mijn hondje Gipsy (shiba inu) geeft me zoveel liefde en steun, velen snappen het niet… but who cares 🙂 I love her & she loves me! Met kerst een tweede hond, mijn vriend wil graag ook z’n ‘eigen’ hond. Ik kijk ernaar uit!

  2. Helemaal niet overdreven hoor! Huisdieren zijn echt als kinderen en daar moogt ge evenveel van genieten.
    Ik ben blij ook dat het zo goed gaat. Ik heb ook een puppy geadopteerd toen wij al een hond hadden. Ook wakker gelegen met de vraag of dat ooit wel zou goedkomen. En de oudere hond liet zich ook helemaal doen door de kleine. Heel mooi om te zien. Op sommige momenten waren ze zo luid aan het spelen dat we de tv niet meer konden horen. Het zijn superfijne herinneringen, want het was het laatste jaar van de grote hond… En die kleine ligt hier ook in het midden van het bed. (Soms zelfs naast de baby)

    • Man man wat een leuk stuk! Telkens opnieuw slaag jij ( of Bas als hij iets schrijft) mij op één of andere manier te raken. Of het is herkenbaar omwille van mijn ziekte of het is geheel ontspannend lachen zoals nu. Dank je wel.

      Liefs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s