Genezen? Kan dat dan?

Vier uur achtenveertig.
Ik lig in het ziekenhuis voor mijn maandelijkse portie ketamine. Slapen wil niet lukken, de hele nacht al niet, en het ziet er ook niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen.
Mijn gedachten vliegen al enkele uren alle kanten uit, wat me doet denken dat ik me maar beter op één doel kan gaan richten.
Wat ik nu dus ook doe.
Schrijven.

Er zitten al geruime tijd enkele blogposts klaar.
In mijn hoofd.
De redenen dat ze nog niet eerder op papier verschenen zijn velerlei.
Een daarvan zijn de Gentse Feesten…
Ik woon in Gent, al elf jaar intussen, Gent is mijn stad, voor mij veel meer dan zomaar ‘de plaats waar ik woon’ en daar ben ik trots op.
Helemaal niks van de Gentse Feesten kunnen meepikken is dan ook iets dat me gemakkelijk kan aanzetten tot enkele dagen tranen met tuiten huilen. Ik doe er dan ook werkelijk alles aan om het niet zover te laten komen.
Dus ik rust.
En ik rust.
En ik rust.
Ik rust de we(e)k(en) ervoor zoveel als ik maar kan, om er toch maar voor te zorgen dat ik me minstens één keer kan laten zien op de Feesten en even mee kan proeven van de gezellige sfeer die de Feesten maken tot wat ze zijn.
En dat lukte dit jaar, een keer of drie zelfs.
Ik at van verschillende kraampjes, zag heel veel fijne vrienden, leerde hier en daar wat nieuwe gezichten kennen en was vaste klant op het tienjarig jubileum van Bataclan.
Alleen het schrijven had er even onder te lijden.

Om tot de essentie van deze blogpost te komen moet ik nog een stukje verder terug in de tijd.
Voorlopig heb ik het alleen nog maar gehad over het waarom van het niet eerder verschijnen van deze post en nog helemaal niet over de post zelf.
Begrijp je?

Ik sta er goed voor.
Dat lijkt me een mooie opener.
Op één van de mooie laatste dagen van juni, vlak na een heerlijke citytrip naar Boedapest, waarover in een later verslag nog veel meer, verwachtte professor De Meirleir mij opnieuw op consultatie. Twee maanden eerder, na de eerste twee zware antibioticakuren, werd zowat al mijn bloed afgetapt om te laten onderzoeken en daar zouden we nu de resultaten van bespreken.
Ik was best zenuwachtig voor de afspraak.
Als de resultaten hoopgevend waren, betekende dat voor mij dat ik voor de eerste keer in pakweg tien, vijftien jaar echt op de goede weg was.
Toonden mijn bloedresultaten echter geen enkele verandering, dan was dit de zoveelste teleurstelling en konden we weer zo goed als van nul beginnen.

Gelukkig is het zover niet moeten komen.
Mijn lichaam doet het ontzettend goed.
Zowat alle extreem-tot-zwaar- afwijkende waarden zetten koers richting normaliteit. Ik kon me geen beter nieuws indenken.
Het duurde wel een tijdje voor Bas en ik begrepen dat het om goed nieuws ging, aangezien de dokter weer even in overdrive ging wat betreft informatie overbrengen op zulk een manier dat geen enkel normaal wezen er een jota van begrijpt. De medische en wetenschappelijke termen vlogen in het rond, en mijn liefste en ik zaten erbij te kijken als een koe naar een trein.
Zo erg dat Bas aan het eind van de consultatie, voor alle zekerheid, toch nog eens alles trachtte samen te vatten met de vraag: ‘We hebben nu toch goed begrepen dat dit eigenlijk allemaal heel erg goed nieuws is hé?’.
Toen antwoordde hij ‘Ja’.
Dat begrepen we.

‘Maar wat betekent dat nu, die goede bloeduitslag?’, willen veel mensen van mij weten.
Wel, dat betekent dat de bacteriën in mijn lichaam goed, dus voor hen eigenlijk slecht, reageren op de antibiotica. Mijn lichaam vecht als een heuse krijger en maakt de vuile beesten één voor één kapot. Dat kost massa’s energie, wat ik al had kunnen afleiden uit het feit dat ik de eerste maanden van het jaar kotsend heb doorgebracht.
Achteraf gezien was die hel van toen eigenlijk een heel goed teken, een teken dat er verandering op komst was. Of die wetenschap het afzien op dat moment minder zwaar had gemaakt betwijfel ik, maar nu doet het me die hele periode alleszins wel compleet kapot relativeren, het voelt bijna alsof ik er nooit doorheen ben gemoeten.
Bijna.

Als je graag een bewijs wil dat mentale kracht een mens kan doen opleven, moet je nu (allé niet écht ‘nu’ natuurlijk, het is midden in de nacht) eens bij mij op bezoek komen.
Het geweldige nieuws dat ik vanaf dit punt alleen maar vooruit kan gaan, het herwonnen geloof dat ik kan genezen, plus het feit dat die heel zware bijwerkingen achter de rug zijn waardoor ik weer naar buiten kan, vrienden kan zien en mijn leven weer wat kan opnemen, hebben van mij op enkele weken tijd een ander mens gemaakt.
‘Je straalt!’, moet één van de zinnen zijn die ik gedurende de voorbije paar weken het vaakst heb gehoord. En dat terwijl ik fysiek voorlopig nog helemaal geen verandering voel.
Maar ik weet dat ze eraan zit te komen, die verandering, die verbetering.
En dat is voorlopig voldoende.
Twee weken geleden zaten Bas en ik op het terras van de Vooruit, voor mij was het de allereerste keer dat ik daar geraakte, een moment waarop ik al een jaar of twee wachtte dus.
We zaten daar, met een drankje voor onze neus, en ik kon alleen maar heel breed glimlachen.
Toen Bas me vroeg waarom ik zo zat te lachen, antwoordde ik dat de gelukzaligheid me op dat moment compleet had overdonderd. Ik was zo ontzettend blij dat ik daar zat, daar op dat terras van de Vooruit, met de belangrijkste persoon in mijn leven, in de zon, vlak voor een (bleek achteraf geweldige) comedyvoorstelling.

Ik besef nu pas dat een mens eigenlijk echt niet zoveel nodig heeft om gelukkig te zijn, we zijn alleen allemaal zo ontzettend verwend dat het nooit genoeg is.
Neem nu zondag, ik bakte pannenkoeken omdat we niet door de eieren van onze kip (ja, we zijn sinds kort ook mama en papa van een kip, Curry genaamd) geraken.
Zondagmiddag, de regen viel met bakken uit de lucht, maar ik zat binnen in een huis vol vrienden aan een tafel met twee grote stapels pannenkoeken erop.
Een hele namiddag keuvelen over alles en niets en ‘s avonds een tafel vol Chinees eten om te delen met de overblijvers die maar niet naar huis geraakten.
Fantastisch toch?

Dat is wat mij gelukkig maakt, en wat me altijd heeft gesterkt als ik het moeilijk had de voorbije jaren.
Vrienden.
Familie.
Mensen die ik graag zie en die mij graag zien.
Liefde in kleine dingen.
In een pannenkoek of een bord spaghetti.
Of in een dekentje over me heen draperen als ik halverwege de middag even niet meer kan.
Als je dat hebt hoef je niet meer rijk te worden.
Dan bén je het al.

Advertenties

13 thoughts on “Genezen? Kan dat dan?

  1. Dag Annelies,
    Ik ben student aan Arteveldehogeschool en volg de richting MultimediaProductie. Voor mijn bachelorproef wil ik een documentaire maken over de ziekte van Lyme. Ik heb die zelf ook, en een docent (Jonas Pottie) raadde me aan om eens contact op te nemen met u.
    Zou u het zien zitten om eventueel eens informatie uit te wisselen of kan je me een paar instanties aanraden waar ik terecht kan?
    Zou je het zien zitten om mee te werken aan deze documentaire?

    Alvast bedankt, en groetjes

  2. Je postje was ergens verloren gegaan in mijn complete bloglees-vakantie-achterstand, maar kijk, we zijn er geraakt en man wat ben ik blij voor al dat leuke nieuws (en kip Curry en haar vele eiers).
    Top top top, mijn dag kan niet meer stuk! Nog veel terrasjes gewenst en keep on killing those mf bastards he 😉

  3. Je kan niet geloven als ik dit lees hoe dit mijn dag maakt, want het is een bewijs dat er genezing bestaat voor deze vreselijke ziekte en het geeft mij de hoop dat mijn zoon van 15 jaar een goede kans heeft op genezing!! De enorme pijnen die hij nu voelt, zowel fysisch als psychisch, de lange tocht die hij al heeft meegemaakt; ik kan echt tegen hem zeggen dat er hoop is op verbetering, ik wens je nog veel succes toe in je strijd en hoop dat ik ooit zal lezen: “genezen”,

  4. Wat fijn om te lezen, en heel herkenbaar voor mij. Onlangs kreeg ik nl. ook positief nieuws wat betreft bloedresultaten. Ik voel me ook nog niet beter maar het geeft zo enorm veel hoop dat de behandeling aanslaat! Ik duim met je mee dat je stilaan echt verbetering gaat voelen. Leuk om toevallig je blog te lezen. Ga ik meer doen ;-). Groetjes

  5. Fijn om te lezen dat de behandeling aanslaat. Dat je weer kan genieten van de kleine dingen des levens. Jouw vechtlust en de overweldige steun van Bas en je familie en vrienden helpen je stap voor stap genezen. Blijf vechten en vooral geniet van de kleine dingen in het leven.

  6. Wat een geweldig goed nieuws! En misschien nog niet echt te merken, maar de resultaten zijn er, dus de rest komt ook nog wel. Geniet van je kleine stapjes en zorg dat je voldoende rust blijft nemen. Zo blij dat je naar de feesten bent kunnen gaan, ik voel het elk jaar ook kriebelen en kan er niet aan weerstaan. Ik denk dat het rottigste jaar het jaar was dat ik niet de energie had om er te raken, compleet uitgeput.

  7. Lieve Annelies, wat fijn jou weer te lezen ! Net zoals jou, hebben wij door Lyme ook geleerd om heel intens te genieten van de allerkleinste dingen. Als dat kan, dan voel je je inderdaad heel rijk. Het doet me heel veel deugd te lezen dat je behandeling aanslaat. Blijf vechten, blijf hoopvol. Maar vooral, blijf genieten van de kleine dingen die het leven de moeite waard maken !

  8. Wat ben ik blij nog eens iets te lezen!
    En inderdaad …
    Laat de zagepees maar voor wat ze zijn.
    Wij weten wat het is om zo plat als een vijg de dagen door te brengen, en dan, na jaaaaren ineens te kunnen genieten van…
    Vrienden over de vloer! Wel heb je ooit!
    En dat je straalt… Geniet van die complimenten! 🙂
    Die krijg ik ook voor het eerst weer en ik geniet, geniet en geniet!!
    Dikke zoen
    xxx

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s