Kwaad is het nieuwe blij

Kortgeleden was ik kwaad op mezelf.
Echt kwaad.
Of erger nog.
Teleurgesteld.

Ik durf weleens gebruik maken van het medium twitter.
Twitter is, zeg maar, mijn ding.
Soms grappig, soms serieus, soms eerlijk, soms met een grove korrel zout.
Dat is twitter.
Maar wat ik er niet doe, of toch zo min mogelijk, is neuten.
Neuten is voor thuis.
Tot ik mezelf enkele weken geleden betrapte op het feit dat ik al enkele dagen na mekaar over niks anders had getweet dan over het feit dat ik het moeilijk had, dat de pijn fel opstak, slapen moeilijk was en ik me eenzaam voelde omdat ik me door de ongemakken niet kon bezighouden. En dat stoorde me.
En nog geen beetje.
Toen ik ook dat gevoel op twitter deelde, kreeg ik onmiddellijk veel lieve en goedbedoelde reacties.
Dat eens goed zeuren toch deugd kan doen, en dat iedereen wel begrijpt dat het in mijn situatie niet altijd makkelijk is om positief te blijven, dat iedereen recht heeft op zijn dagelijkse portie gemekker.
Allemaal waar, maar het zegt me niet veel.
Ik voel het niet zo.
Of toch wel, voor een ander, maar niet voor mezelf.
Niet dat ik mezelf een soort van uit de hand gelopen spartaans regime van ‘nie neuten, nie pleujen’ opleg of zo, maar ik hou er gewoon niet van.
Ik hou niet van mezelf als ik aan het zagen en klagen sla, of toch minder.
En al zeker niet als ik er in mijn ogen eigenlijk niet echt recht op heb.

Mijn situatie is jaren uitzichtloos geweest.
De pijn ging van slecht naar slechter naar onhoudbaar en het zag er niet naar uit dat er gauw een kentering zou komen in die evolutie.
Heftig, zeker weten, maar het is in die periode dat ik ontzettend veel geleerd heb over doorbijten en ‘looking on the bright side of life’. Kijken naar wat wél nog kan, en wat je wél hebt in plaats van naar wat tegenslaat of wegvalt. Je optrekken aan dingen die energie geven, en foert leren zeggen aan wat energie zuigt.
Sinds kort lijkt er stilaan verandering te komen in mijn gezondheidstoestand, traag maar zeker, het recupereren lijkt sneller te gaan waardoor ik net dat ietsje meer aankan dan voor ik aan de behandeling begon. Ik ga alweer eens mee op restaurant of naar theater, dingen die ik jarenlang met pijn in het hart moest missen.
De grote moeilijkheid nu is doseren.
Ik werd lange tijd door iedereen afgeschermd van leuke dingen, en dat gaf me gemoedsrust. Niemand vroeg me om uit eten te gaan of iets te gaan drinken, omdat het toch niet kon, het gewoon niet weten was dan de minst pijnlijke optie. Nu komen die vragen wel weer, en moet ik leren niet meteen overal ‘ja’ op te antwoorden omdat ik bruis van goesting.
En dat is wat er kortgeleden net wel gebeurd is.
Ik had overdreven.
Een paar etentjes op korte tijd, mijn dieet compleet links laten liggen, te laat in bed, te weinig rust.
En dan krijg je de terugslag.
Uiteraard.
Moeilijk een verrassing te noemen, toch?
In mijn ogen dan ook geen reden tot klagen.
En daarom was ik zo teleurgesteld in mezelf, omdat ik blunderde tegen mijn eigen ‘regels’. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken wat voor hem of haar oké is, iedereen heeft een soort van inwendige gedragscode, niet?
Ik alleszins wel, en ik zie mezelf het liefst als de positieve jonge vrouw die ik geworden ben. En ja, ik ben zo geworden door veel tegenslagen, dat klopt.
Maar ik ben blij met wie ik nu ben en net daarom ben ik hier zo categoriek en misschien op het eerste zicht best hard in.
Ik vind mezelf mooier en lieflijker als ik lach.
Simpel.

Ik kan me soms ontzettend ergeren aan het oeverloze geklaag van mensen.
Waarom zijn we niet allemaal gewoon wat gelukkiger?
Door de manier waarop mijn leven de voorbije vijftien jaar gelopen is, heb ik geleerd dat elke stap vooruitgang is. Voor mij is die stap eerder letterlijk te nemen, maar iedereen heeft ‘stappen’ in zijn leven, het gaat voor niemand zomaar gewoon vanzelf. Sprookjes bestaan écht niet, dat weet ik onderhand wel zeker.
Het is alleen zo verdomd jammer dat niet iedereen zich daar bewust van is.
Ik hoor zo vaak mensen zichzelf beklagen over zowat alles, over elke ieniemienie kleine tegenslag, of gewoon maar een stap die lichtjes afwijkt van het vooraf geplaveide pad.
Stop daar toch gewoon mee!
Kunnen we alsjeblieft leren om eerst te kijken naar wat er wél is?
Naar wat er wél kan?
Naar wat er wél volgens plan is verlopen?
Naar wat er wél al is bereikt?
Kunnen we alsjeblieft eens wat meer leren genieten van kleine, onnozele dingen, fuckers?
Ik heb jaren aan een stuk gehuild om wat ik allemaal moest missen, maar ik heb het nooit helemaal opgegeven.
Omdat ik besefte dat ik ook dingen wél had. Dingen waar anderen, die fysiek perfect in orde zijn, alleen maar van kunnen dromen. De perfécte man, een gezin waarop ik altijd kan rekenen, en vrienden die komen en gaan op verzoek, ook op de meest zware en moeilijke momenten.
En als ik dat kan…?

Deze blogpost was al grotendeels geschreven toen ik de aflevering van ‘Het huis’ met Wielemie zag, dewelke best een grote confrontatie bleek.
Haar verhaal vertoont enorm veel raakvlakken met het mijne, en dat was toch even slikken.
De beelden van nachtelijke pijnaanvallen, flauwvallen van de pijn gewoon waar je zit van het ene moment op het andere, de liefde voor het huisdier. ‘Het huis’ van Marieke Vervoort leek bij momenten wel ‘Mijn huis’.
“Dagelijks hoge dosissen morfine nemen en nog steeds vreselijk veel pijn hebben is het ergste wat er is,” zei ze, en ik begreep exact wat ze bedoelde.
Je kan het niet uitleggen, maar het is er wel.
Altijd.
Een jaar of drie geleden had ik alle informatie ingezameld ter voorbereiding van het invullen van mijn euthanasiedossier, nog een pijnlijk raakvlak.
Ik wilde dat klaar hebben, voor als ik het écht niet meer zag zitten.
Ik wilde eruit kunnen stappen op een vredige, rustige manier op het moment dat het voor mij genoeg geweest was, op het moment dat ik de kracht niet meer had om de mooie dingen het te laten halen van de lelijke.
Net als Marieke.
Haar beschrijving van het waarom van haar keuze voor euthanasie was, in haar woorden, zowat identiek aan de mijne. Bas kon zich er helemaal in verplaatsen, want zo had ik het ook aan hem uitgelegd, toen. Moeilijke gesprekken waren dat, die ik begonnen was met de vraag of hij me zou steunen moest ik ooit effectief de keuze maken.
Dat idee zit nu gelukkig heel ver weg, ik zie nu vooral weer toekomst.

Laat dit bericht dan ook een oproep zijn aan iedereen.
Leef! Lach! Geniet!, verdorie, want voor je ‘t weet is het voorbij.

Advertenties

6 thoughts on “Kwaad is het nieuwe blij

  1. Lieve Annelies,

    jij schrijft vaak zo helder en zo duidelijk wat je voelt. Ik wou dat ik dat ook kon, want ik begrijp je verhaal. Als twintigjarige kwam ik van de ene extreme klierkoortspijn in een ander vermoeiend cvs-gedoe terecht, en dat is geen pretje.

    Ik moest de laatste twee jaar veel opgeven. Studies. Slaap. Vrienden. Sociaal leven. Alles. Er bleef alleen mijn bed en mezelf over. En dat was vaak confronterend, frustrerend en dik vervelend. Want ik ben jong en ik wil vooruit. Ik wil uitgaan zonder daar een week zo ziek als een hond van te zijn, ik wil op kamp gaan, ik wil koken, ik wil lachen, gieren, brullen.

    Hoewel ik nog steeds redelijk ziek ben, en elke stap die ik zet, gecontroleerd wordt door de dokter en mijn ongelofelijk lieve en bezorgde ouders, gaat het telkens een klein beetje beter. Ik mag dan wel 2 jaar dik gesjareld geweest zijn, er blijven nog zoveel mooie dingen over. Net zoals jij zegt, huisdieren hoeveel deugd kan je daarvan hebben hé, of een koffie drinken met lieve vriendinnen. Een heerlijk gesprek met mijn papa tijdens een lange autorit. Of wakker worden na een goede nacht.

    En als het toch weer wat moeilijker gaat. En ik weer even ter plaatse blijf trappelen denk ik aan Brigitte Kaandorp, want het komt allemaal wel weer goed.

    Merci voor je woorden. Je schrijft altijd zo mooi. En ik wens je zo ongelofelijk veel moed, Annelies.

  2. Hey lieve Annelies
    Ik lees nog steeds met veel bewondering je verhalen, ook al reageer ik niet vaak.
    Het Huis was ook een stuk herkenbaar… Lang niet zoals bij jou, maar toch een stukje… Ik heb misschien wel geluk gehad dat bepaalde medicatie iets deed met mij, en dat er daardoor iets is gekeerd… Wie zal het zeggen?
    Ik heb geluk gehad na mijn 9 jaar geleden…
    Ik heb geluk gehad na ons Heike*
    Ik prijs mij nog elke dag gelukkig, dus ik herken heel erg je laatste stukje!
    Geniet! met de grote G
    Dikke zoen
    xx

  3. Dag Annelies
    Jij kent mij niet en ik ken jou niet, maar ik ken intussen wel jouw verhaal en al is het een rotverhaal, ’t is fijn geschreven 😀
    Ik zag ook ‘jouw’ Panorama uitzending en kwam mee daardoor op het spoor van dr De Meirleir en heb intussen een afspraak kunnen bemachtigen (weliswaar pas voor feb 2016, maar had vandaag al wel een prikafspraak zodat ik al wat tijd kan
    winnen met bloedonderzoeken vooraf).
    Zou ik je iets mogen vragen?
    Is er dus wel degelijk beterschap door zijn behandeling?
    Door de controverse rond zijn persoon (en mijn eerdere zoektochten & teleurstellingen) ben ik redelijk sceptisch maar zou toch hoopvol willen aftellen …
    Ik wens je nog veel succes, enneuh, blijven schrijven! 😀
    Lieve groet
    Ilse

    • Hoi Ilse, eerst en vooral wil ik even zeggen dat ik sceptisch ben (geworden) ten opzichte van alles en iedereen, en in het bijzonder ten opzichte van dokters. Ik ben dan ook niet over één nacht ijs gegaan voor ik me in het ‘avontuur De Meirleir’ stortte. Ik had heel wat gelezen, en via goede vrienden had ik ook iemand leren kennen die op dat moment in behandeling was. Hij was al geruime tijd werkonbekwaam en is intussen weer aan de slag op zijn oude job, en schroeft zijn werkuren stukje bij beetje op.
      Ikzelf voel echt nog maar de eerste dingen, maar ze zijn er wel. Het is allemaal raar en onwennig voor mij, ik ben die hevige pijn al jaren gewend, maar dat ik sneller lijk te recupereren valt ook mijn naasten op.
      Zo betrapte ik mezelf onlangs op het uitladen van de vaatwas na een avond op restaurant, iets waar ik een jaar geleden geen moment aan had hoeven denken.
      Heel fijn dus!
      Ik ben altijd bang dat mensen gaan denken dat ik betaald word om goede dingen over bepaalde artsen te zeggen, daarom begin ik niet met het bewieroken en vertel ik enkel wat er gebeurt en hoe dat bij mij naar binnen komt. En in die optiek kan ik enkel zeggen dat ik er een goed gevoel bij heb, dat ik erin geloof dat deze therapie mij vooruit kan helpen en mijn leven weer enigszins op de rails kan zetten.
      De Meirleir is ook altijd heel eerlijk. Geen prognoses, geen dromen.
      Hij heeft me gezegd dat ik zeker beter kan worden, maar in dezelfde zin ook dat hij niet kan zeggen hoeveel beter omdat ik al zo lang ziek ben.
      En dat boezemt mij persoonlijk vertrouwen in.

      Blij te lezen dat je mijn blog zo graag bezoekt, dat is ontzettend fijn!

      Dankbare groeten,
      Annelies.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s