Saga van een Crazy Cat Lady

Het voorbije weekend postte Eva Mouton, Gents multitalent, het volgende op haar Facebookpagina:

Vanmorgen heeft Bert Saga gevonden in de cité om de hoek. Onze lieve, mooie, avontuurlijke poes is dood. We zijn er zo het hart van in.

Massa’s mensen reageerden.
Met ongeloof, verdriet, medeleven en de meest pakkende steunbetuiging die ze konden vinden of verzinnen.
Saga was een beetje de kat van alleman, het voelde aan alsof je haar echt kende. Door Eva’s verhaaltjes in De Standaard, via een statusupdate op Facebook, of van foto’s op Instagram en twitter.

Ikzelf was een paar dagen compleet van de kaart.
Heel plots, tijdens die dagen, kon het idee dat Saga er niet meer was me overvallen. En in een flits veranderde mijn hoofd Saga in onze eigen katten, Onze Kevin of Dieander.
Ik wist al langer dat ik heel veel om die beestjes gaf, maar een gebeurtenis als deze legt het er wel erg dik op.
Ik kan me echt niet voorstellen wat ik zou doen als één van onze poezen plots stopte met deel uitmaken van ons gezin. Want dat zijn ze echt, een wezenlijk onderdeel van ‘ons’.

Deze zomer is Onze Kevin drie jaar bij ons, Dieander intussen ook al twee.
Het klinkt allemaal enorm belachelijk, dat besef ik terdege, maar die twee kleine bollen pluis hebben ons leven veranderd.
Beter gemaakt, op een manier.
Maar wat is dat toch, dat wat dieren in mensen losmaken?

Ik sta machteloos ten opzichte van mijn katten omdat ik zoveel liefde voor hen voel. En hoe dom is dat, als je het vanop afstand bekijkt.
Ik bedoel, het zijn katten, dieren die gekend staan om het hebben van slechts één emotie zijnde “ik heb honger, geef mij eten”. Katten zouden geen liefde geven, maar er enkel naar trachten hun eigen noden zo goed mogelijk te vervullen.

In theorie kan dat allemaal wel zo zijn, maar ik kies ervoor het toch niet zomaar aan te nemen.
Ik probeer hier niet naïef te zijn, al was die missie misschien al verloren van zodra het idee opkwam iets over katten te schrijven, maar waarom voelt het dan allemaal zo anders aan als je zelf een kat hebt en dat beestje aandacht geeft?
Waarom valt het ook anderen op dat Onze Kevin veel dichter bij mij in de buurt blijft als het een dag echt heel slecht met me gaat. Als anderen dat ook opmerken kan het toch niet zijn dat ik het mezelf wijsmaak omdat ik het graag zo zou hebben?
Of wel?
En waarom voelt het alsof ik Dieanders ingewikkelde karaktertje toch meer en meer lijk te kunnen ontwarren naarmate ik er meer tijd en energie in steek?

Weet je, eigenlijk kan het me enorm weinig schelen wat er nu wel of niet ‘waar’ of proefondervindelijk bewezen is.
Ik hou ervan om mijn katten te bemoederen als waren ze mijn eigen vlees en bloed.
En ik vind het niet minder dan heerlijk om mezelf ervan te overtuigen dat ik een band heb met mijn ‘kindertjes’ waar niemand ooit nog tussen komt.
Overdreven? Wie bepaalt dat?

Als ik me graag blauw betaal aan de beste voeding voor het gevoelige maagje van Onze Kevin, who cares?
Oké, Bas misschien een beetje, maar die is al net zo erg als ik.
En dat ze af en toe eens een nieuw speeltje krijgen?
Waarom zouden zij het moeten doen met een kapot gebeten speelgoedmuis terwijl wij onszelf wel continu spiksplinternieuwe afleiding permitteren?
Als ik onze kat was en ik moest te lang met hetzelfde prul spelen, ik piste meteen die Millennium Falcon van LEGO vol waar iedereen die binnenkomt vol bewondering naar moet staan kijken.
Kijken, niet aankomen uiteraard, want “DAT IS GEEN SPEELGOED!”.

Onze katten gaan graag eens buiten.
Spelen, op avontuur, ontdekken wat er rond ons huis te beleven valt.
Ik vind dat niet erg, ze zijn relatief beschermd in onze buurt, maar toch maakt mijn hart nog elke keer een sprongetje als ze weer, elk op hun eigen manier, vragen of ze terug naar binnen mogen.
Kevin staat gewoon stokstijf voor het raam op een plek waar hij denkt dat we hem kunnen zien van waar we op dat moment zijn. Duurt het te lang dan schuift hij een paar meter op en gaat daar weer een tijdje wachten. Tot één van ons zijn kopje ziet en het raam voor hem opent.
Dieander pakt het enigszins anders aan.
Zij springt op haar achterste poten en tikt met haar voorste twee tegen het raam terwijl ze een luid piepend geluid voortbrengt. Zo danst ze een beetje heen en weer en zorgt ervoor dat mijn schuifraam nooit proper is of zal zijn.
Het zij zo.
Een vuil raam is ook een raam.

Al bij al denk ik wel dat onze poezen bij ons, of moet ik zeggen bij mij, passen.
In die zin dat ik als de dood ben om ze ooit kwijt te geraken, en dat zij zich best comfortabel lijken te voelen in een leven met eerder beperkte vrijheid. Onze Kevin heeft zijn buitenspeeltijd nodig, en die krijgt hij ook, maar hij blijft nooit lang weg. In de zomer, als het warm genoeg is om het schuifraam open te laten, loopt hij soms hele dagen in en uit. Maar echt uren en uren wegblijven heeft hij eigenlijk nog nooit gedaan.
Dieander is een eerder luie kat, dat heeft ze van de papa.
Laat je haar buiten, allemaal goed
Laat je haar niet buiten, even goed.
Laat je haar buiten en het staat haar daar niet aan, ligt ze na twee minuten terug helemaal opgekruld in haar zetel.
Behalve dan die ene keer dat ze niet terug kwam.

Vorig jaar, het moet april of mei geweest zijn, denk ik.
Bas was op weekend dus ik zat alleen thuis.
Zaterdagavond, zo rond een uur of zeven, liet ik de poezen nog een laatste keer buiten. Kevin stond er na een goed halfuur terug.
Vaak komen onze katten samen terug naar huis, maar dit keer dus niet.
De eerste, nog voorzichtige, ongerustheid stak de kop op na een uur of twee, drie wachten. Dat is best snel, maar men kent zijn katten en Dieander bleef, en blijft nog steeds, nooit zo lang aan één stuk buiten.
De nacht viel, net als de tranen uit mijn ogen.
Ik haalde alle fleece dekens uit de kast en installeerde me op de zetel, met Onze Kevin dicht tegen me aan. Het zal wel weer aan mij liggen, maar het viel me op dat ook hij niet helemaal in zijn gewone doen was. Hij trippelde de hele avond zenuwachtig over en weer en stopte elke vijf minuten aan het raam waar hij een tijdje bleef staan kijken. De nacht vorderde en ik verkeerde continu in een halfslaap met verhoogde waakzaamheid.
Maar geen teken van Dieander.
Zondag plakte zich naadloos aan de voorbije nacht vast, ik lag doodmoe -en ongerust op de zetel. Met dat verschil dat ik nu elke uur vijf minuten naar het terras verhuisde om mijn keel schor te schreeuwen. Ik verfoeide mezelf dat ik haar nog buiten had gelaten terwijl de zon bijna onder was, en mijn ziekte die ervoor zorgde dat ik niet gewoon even naar buiten kon gaan om mijn kleine schat te zoeken.
Ze zou toch nooit zomaar wegblijven?
Ze was toch graag bij ons?
Die machteloosheid, om zot van te worden.
Datzelfde moment voelde ik me ook écht stom, want hoeveel poezen blijven er niet eens een nachtje weg?
Maar toch, we hadden het hier wel over Dieander en die doet dat niet, want dat is een brave.
Bas had zijn auto nog niet goed en wel geparkeerd of ik viel hem huilend in de armen. Hoewel hij de “Maar liefje dat is toch niet abnormaal dat een kat eens wat langer wegblijft” -kaart trok, zag ik in zijn ogen dat ook hij er niet helemaal gerust in was.
Nadat hij, met een stem die een stuk zwaarder is en veel verder draagt dan de mijne, twee keer “Dieander” riep, hoorden we allebei een schril, angstig gepiep als reactie. Bas liep meteen de deur uit en kwam even later terug met een doodsbange poes.
En opengekrabde armen, eerlijk is eerlijk, er zijn ook minder fraaie kanten aan het poezenouder -zijn.
Onze kleine avonturier moet ergens vastgezeten hebben en geraakte daarna de muur naar ons terras niet meer op, vermoeden we.
Zelden iemand zo euforisch geweten als ik toen.
Mijn meiske.

Ocharme.

In eerste instantie was het nochtans niet zo eenvoudig om van haar te leren houden, Dieander heeft een heel speciaal karakter.
Onze Kevin kwam met een handleiding van twee regels: “Ik ben overal bang voor en ik knuffel graag.” Dat is gemakkelijk, een kat die steeds exact doet wat je verwacht dat ie zal doen.
Of toch bij mij.
Al kan dat volgens sommigen helemaal niet omdat katten niet persoonsgericht zijn, maar bon, ik kan met Kevin alleszins lezen en schrijven.

Dieander is anders, maar wat verwacht je ook met zo’n naam.
Wie verzint zoiets?!

Meer op zichzelf.
Avontuurlijk, maar lui.
Wil overal bij zijn maar kiest zelf hoe ver je kan gaan.
Vraagt aandacht maar slechts tot op een bepaalde hoogte.
Als we met z’n viertjes in bed liggen is het Dieander die onder de dekens kruipt en zich in mijn armen nestelt om luid ronkend te liggen spinnen. Maar probeer haar te strelen op een moment dat ze er geen zin in heeft en ze plooit zich in alle mogelijke bochten om te voorkomen dat je haar heerlijk zachte vacht kan aanraken.
Ik heb het gevoel dat ik haar nu pas écht graag begin te zien.
In het begin was ze superschattig, en ze is altijd bloedmooi geweest, maar aan haar uit geraken is een ander paar mouwen, en dat bleek soms vervelend. Het heeft wat tijd gekost om dat speciaaltje in al haar vormen te omarmen.
Niet dat ik er een moment spijt van heb gehad, van de keuze voor een tweede kat. Alles liep van begin af aan eigenlijk ook op rozen omdat onze poezen gek zijn op elkaar, maar misschien hadden we stilletjes gehoopt op een échte knuffelkat.
En dat is ze niet.
Maar nu vind ik het fijn om haar een beetje uit te dagen.
Ik speel met haar op haar manier, trek rare gezichten als ze op de badrand balanceert terwijl ik in bad zit en we miauwen tegen mekaar op.
Heerlijk.
Een totaal andere kat dan Onze Kevin, helemaal zichzelf, helemaal perfect.
Dat ze bij ons gelukkig en waardig oud mogen worden.

 

Lieve Saga, deze was speciaal voor jou.
Veel spin, -speel, -en ontdekkingsreisplezier in de poezenhemel, je gaat dat daar ongetwijfeld schitterend doen.

Maar we gaan je hier missen…

En Eva, onze poezen zijn ook een beetje publiek bezit, dus laaf je gerust aan hun zottigheden als je Saga mist. Onze deur staat altijd voor je open!
(allé, niet letterlijk, anders lopen de poezen weg)

 

 

Advertisements

6 thoughts on “Saga van een Crazy Cat Lady

  1. Ik snap het helemaal. Onze kat woont ook nog maar een paar jaar bij ons, maar toch lijkt het al alsof ik mij geen leven meer zonder haar kan voorstellen. En sommige mensen beweren inderdaad dat katten geen gevoelens hebben voor hun baasjes, maar als ik in die van mij haar ogen kijk als ze op mijn schoot ligt dan weet ik 100% zeker dat dat wel zo is.

  2. poezen zijn de max. En de regel bij velen is “ik kom naar jou, jij komt niet aan mij!” maar mijn schanulleke is nu wel een knuffelaar, die vindt het altijd leuk, onze vorige Marbel (rip) dat was een ander paar mouwen. Dieander is trouwens een geweldige naam!

  3. Heerlijk! 🙂 Bij mijn ouders woont mijn hond nog, dat is nog een ander verhaal. Hier in Gent heeft Gnocchi ook ons leven al dagelijks verblijd 🙂 De bottom line bij eender welke huisdieren is toch dezelfde denk ik, er zo aan gehecht en dol op zijn 🙂 enjoy the poezenfun! liefs, Laura

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s