Madrid. En meer.

Ik zei hem dat hij te hard werkte, te veel uren klopte en te weinig rust nam.
Dat hij moest gaan beseffen dat hij al maanden slecht sliep omdat zijn zaak hem zo hard bezig hield en dat hij daar dringend een evenwicht in zou moeten gaan zoeken.
Dat een bedrijf leiden niet betekende dat je 365 dagen per jaar aanwezig dient te zijn, dat hij zichzelf af en toe ook rust en vakantie moest gunnen.
En dat hij dat NU zou gaan doen.
Met die woorden plantte ik mijn man streng in de zetel, die donderdagavond, laptop op schoot, alle bestemmingen open. Lang weggaan zouden we niet, want het moest snel, hij zat erdoor.
Een paar dagen, dan is een stad de makkelijkste bestemming.
Hij koos Madrid.
Ik boekte het.
Vier dagen.
Nog drie weken wachten.

Vrijdag achttien maart tweeduizendzestien, luchthaven Charleroi.
Er hangt koffie in onze mondhoeken en de laatste hap van een versteend luchthavenchocoladebroodje is nog niet binnen wanneer een vertraging van onbepaalde duur wordt aangekondigd.
Mist.
Het vliegtuig kan niet landen en staat te wachten in Duitsland tot het opnieuw kan opstijgen.
Pech, maar we laten het niet aan ons hart komen.
We krijgen een voucher om iets te eten en we hebben Fruzsina gespot, de vriendin van een werkgerelateerde vriend van Bas, zij zit hier ook vast dus kunnen we de tijd evengoed samen doden.
Hij vliegt.
De tijd, niet het vliegtuig.
Het is te zeggen, het vliegtuig ook, maar pas een uur of vijf na het oorspronkelijke vertrekuur.
Na wat gedoe met een taxichauffeur die letterlijk geen woord Engels begreep konden we op weg naar onze Air BnB, in het centrum van de stad. De auto stopte in een wat vuile straat, voor een afbladderende deur. In een koffieshop om de hoek haalden we de sleutel op en, de hondenpoep ontwijkend, baanden we ons een weg naar ons logement.
We zijn intussen zo’n twaalf uur op, wat een eeuwigheid is voor mij, en ik ben kapot. Ik zou geld geven om een paar uur te kunnen slapen, maar we besluiten toch ons gerief te droppen en meteen weer te vetrekken voor een korte wandeling en aansluitend diner, anders komen we van de hele avond niet meer buiten.
Maar eerst dus die valiezen droppen.
In een kamer die in niks gelijkt op de foto’s die we online zagen. Of ja, de meubels zien er iets of wat hetzelfde uit, maar werden overduidelijk getrokken met een groothoeklens en dertig felle lampen in de ruimte. Het appartement is piepklein en heeft geen raam naar buiten.
Ik lieg, er is een raam dat uitkijkt op een koer van één op één meter en zes meter hoog is, qua uitzicht kan dat tellen. Maar bon, we zijn geen moeilijke mensen en je gaat niet op citytrip om op je kamer te zitten, dus gaan we meteen weer op pad.
Op het vliegtuig kregen we van een Madrileense nog trots te horen dat het in Madrid nooit regent.
Behalve nu dan.
Blijkbaar.
We gebruiken onze gids en gaan op zoek naar een degelijke tapasbar. Ik vervloek mijn antibiotica als ik Bas zijn tweede cocktail zie bestellen en laaf me aan mijn alcoholvrije mojito. De tapas gaan vlot binnen, al kostte het best wat moeite om door te gaan nadat we in ons bord gegrilde inktvis een schaamhaar terugvonden.
Ja precies, een schaamhaar.
Kon ik springen en huppelen, ik was springend en huppelend naar buiten gelopen.
Maar we laten ons niet kisten door een donker krullend haartje en eten ons moedig door de volgende borden, die best lekker smaken.

Dag twee begint eerder in mineur.
Ik sliep niet.
Niks.
Slecht bed, veel pijn.
Bas sliep niet.
Of toch weinig.
Slecht bed, veel lawaai.
Een verkwikkende douche moet soelaas brengen en ervoor zorgen dat we door de smerige staat van ons logement door kunnen kijken. Er ligt overal stof, we plakken aan de vloer en er staat niet één glas in de kast waar ik voor al het geld ter wereld mijn lippen aan wil zetten.
Ik was me en schep nog op tegen Bas over het relatief degelijke karakter van de waterstraal. In de badkamer moet je alleen maar de muffe schimmelgeur wegdenken, dat moet lukken.
Helaas leert een vloekende Bas even later dat vijf minuten douchen het einde van warm water voor dag twee betekent.
We hebben het gehad.
Ik kan er nog enigszins mee lachen, al lijken nog twee nachten in dit bed geen al te beste beslissing als we ook nog effectief iets van Madrid willen zien, maar Bas’ hele lichaam staat op donderwolk.
Je kan het hem moeilijk kwalijk nemen, we zijn een jaar niet weggeweest, we hebben maar vier dagen, de jongen is helemaal overwerkt en heeft zichzelf nu eindelijk een paar dagen vrij gegeven, en dan kom je, nog steeds ruikend naar een vliegtuig, terecht in een kruipkot waar je je niet eens deftig kan wassen.
Ik besluit dat we een hotel boeken, op deze manier zal er immers weinig gerelaxt worden, dan kunnen we evengoed terug naar huis gaan. Een hotel dus.
Vier sterren, beetje luxe mag wel, als je de dag zelf boekt krijg je toch fameuze kortingen.
Beste beslissing van het jaar, blijkt even later.
Mijn liefste kan weer breed lachen.
We hebben een douche, mét warm water!
En een balkon, mét zon!
Vandaag is een goeie dag, en hij wordt alleen maar beter.
De zon schijnt de hele dag, behalve dan een halfuurtje op het moment dat wij volop aan het lunchen zijn in een steengoed restaurant.
Alles klopt.
Alles.
We glunderen.
We ontdekken de gezellige kleine straatjes van de volks -en homobuurt Chueca, shoppen in de gezellige boetiekjes die we her en der tegenkomen, eten een ijsje en babbelen en lachen erop los.
Madrid geeft best een goede vibe, nu het weer wat meezit.
Het valt ons wel op dat ze hier niet zot zijn van toeristen, en dat laten ze ook vaak merken. Mensen zijn ofwel ontzettend vriendenlijk, ofwel ronduit boertig. En dat is even schrikken soms.
Voor de rest is de stad, naar onze bescheiden mening na die paar dagen, jong, best hip hier en daar, volks, gezellig, maar vuil. Het voelt vuil, dat gevoel hebben we allebei.
Ligt het enkel aan het feit dat er bij ons nog nauwelijks hondenpoep op straat ligt en ze er hier duidelijk minder streng op zijn, of is er meer. Ik heb er niet echt een antwoord op.
Maar we deelden alleszins dezelfde mening.
Ook zondag was een goeie dag, met eindeloos genieten van een fijne stad én mekaar, onze laatste avond afsluitend in een meer dan degelijk sushi-restaurant.

Maandagmorgen werd ik gewekt door het wel erg hevig aanslaan van de toetsen van een keyboard. Op twitter had iemand Bas attent gemaakt op het feit dat er werd gestaakt door de luchtleiders in Frankrijk. En ja hoor, onze vlucht was gecanceld. We zouden vandaag niet thuis geraken.
Samen probeerden we een vlucht vast te krijgen voor dinsdag, wat niet gemakkelijk was aangezien iedereen die maandag over Frankrijk zou moeten vliegen nu op zoek was naar een nieuwe manier om thuis te geraken.
Na veel gedoe met een VISA-kaart, waarmee je blijkbaar niet meer kan betalen zonder dat verdomde bakje van de bank, kregen we, met de financiële hulp van ons aller Bram, een vlucht vast voor woensdagavond.
Dat betekende dus twee volledige extra dagen Madrid.
Bas moest even aan zijn humeur werken. Die kon alleen denken aan zijn bedrijf, de meetings van de komende dagen die door collega’s zouden moeten opgevangen worden en strakke deadlines die in het gedrang dreigden te komen.
Dat begreep ik natuurlijk allemaal, maar we konden nu eenmaal weinig aan de situatie veranderen en konden er dan beter het beste van maken en proberen genieten van de extra tijd die ons gegeven was.

Die positieve houding was echter buiten dinsdag gerekend, die noodlottige dinsdag tweeëntwintig maart, de dag dat de wereld op onze kop viel.
Bas was vroeg wakker geworden en wekte me van zodra hij de eerste nieuwsberichten over de aanslag op de luchthaven van Zaventem ontving. Vanaf dat moment staarden we allebei compleet verbouwereerd en met open mond zo’n drie uur onafgebroken naar het scherm van de laptop.
Wat was dit…
In de loop van de namiddag maakten we ons sterk dat het ons goed zou doen even een wandeling te maken, maar van een groot succes kun je wat dat betreft amper spreken.
Er is op zo’n dag nu eenmaal maar één onderwerp waarover je kan praten, waarover het gerechtvaardigd voelt dat je praat zelfs.
We vonden onszelf onmiddellijk verwend omdat we gisteren nog zo gezeurd hadden over de staking boven Frankrijk, en over de vluchten die maar niet geboekt raakten. Dat was plots allemaal immens futiel geworden.
We zouden wel eens thuis geraken, wanneer, dat zagen we wel.
We leefden.
En we waren samen.

Uiteindelijk werd het donderdagavond voor we Gent terugzagen, drie dagen later dan gepland.
De laatste dagen Madrid werden we een beetje geleefd, we ‘deden ze uit’ als het ware.
Bas werkte, ik las en sliep veel.De extra dagen en de spanning van de gebeurtenissen hadden mijn lichaam geen goed gedaan.
Af en toe maakten we een wandeling of gingen samen uiteten, maar aan lachen kwamen we nog nauwelijks toe.
Het was ook allemaal zo onwezenlijk.
We bleven de berichten ook op de voet volgen. De lockdown van Brussel en later van het hele land, de achtergebleven bommen en de zoektocht naar de man met het hoedje.
Van vakantie kan je in deze context echt niet meer spreken, je wil gewoon thuis zijn op zo’n moment. Hoe raar het ook klinkt, bij ingrijpende gebeurtenissen wil ik altijd aanwezig zijn, ik wil echt voelen hoe het binnenkomt, wat dat doet met mezelf en de mensen rondom mij.
Bas is net zo, daar vinden we mekaar dan ook meteen.
Misschien een rare vergelijking, maar toen Luc De Vos, hét Gentse icoon, overleed, waren wij juist op weekend in Antwerpen met vrienden. Waren we met z’n tweetjes geweest hadden we meer dan waarschijnlijk meteen de auto terug naar Gent genomen.
Om het ‘mee te maken’.
Wij zijn geen ramptoeristen, absoluut niet, maar bepaalde gebeurtenissen doen iets met mensen en plaatsen waar je op dat moment gewoon deel van wil uitmaken, middenin wil zitten.
Ik vrees dat ik het onmogelijk beter uitgelegd krijg dan dit.

Het minste wat je kan zeggen is dat ons eerste reisje in twaalf maanden er eentje van het bewogen type is geworden.
Niet écht wat we op dat moment nodig hadden, zeg maar.
Bas keerde meer gestrest terug dan hij vertrok en ik keek op naar twee weken volledige platte rust ter recuperatie.
Maar erger dan dat alles was het feit dat we weer een stukje illusie armer waren geworden.

Mensen maken mekaar kapot om gelijk welke reden, op de wreedste manieren eerst.
Ik begrijp dat niet.
Hoe kom je zover dat je denkt dat mensen massaal de dood injagen de beste, en een te rechtvaardigen, manier is om je ideeën aan de buitenwereld te verkondigen.
Dat gaat er bij mij niet in.
En misschien maar goed ook.
Als je zulke dingen begint te begrijpen ben je volgens mij al best ver heen.
Laat me dus maar dom blijven.
Laat me even geschokt zijn, en blijven, telkenmale dergelijke zaken in het nieuws komen. In Frankrijk, hier, maar ook in de rest van de wereld.
Laat me met open ogen en mond blijven versteld staan, en de tranen voelen prikken, van wat mensen mekander kunnen aandoen in de naam van religie, politiek of wat dan ook.
Ik begrijp het niet en ik wil het niet begrijpen.
Maar laat me alsjeblieft zo naïef zijn te geloven dat het ooit allemaal weer beter wordt, dat het anders kan, dat er een manier bestaat waarop we allemaal samen kunnen leven.
Zonder conflicten die zo fel escaleren dat mensen mekander de kop in willen slaan.
Ik wil dat geloven, tegen beter weten in misschien.
Maar ik wil dat blijven geloven.

Dat onze wereld het nu moeilijk heeft, maar dat het tijdelijk is, dat er beterschap op komst is en dat wij die nog gaan meemaken.
Dat ik met een gerust hart kinderen op de wereld kan zetten en ze, na een lang en heerlijk leven, met een gerust hart kan achterlaten op deze aardbol.
Omdat ik weet dat het er veilig en gezond leven is.
En dat de wereld niet om zeep is, maar herboren.

Advertenties

One thought on “Madrid. En meer.

  1. Madrid en meer …
    Zo mooi geschreven en als ik het lees dan gaat het niet alleen daar
    over (enkel te begrijpen voor mensen die Chronisch ziek zijn) maar vooral
    omdat je de hoop over de wereld en de hoop over het al dan niet leren leven (want dat doen we, omdat het noodgedwongen moet) met het ziek zijn !
    Maar dat je vooral wilt blijven hopen op …op iets beter !
    En juist daarin zit je kracht ! Vandaar ik het erg mooi vind …
    En ondanks het feit dat we dit allemaal verdienen ben ik er zeker van dat we die hoop nooit mogen verliezen, want dan verliezen we onszelf !
    Dank je Annelies, het maakt zaken duidelijk op dit moment, door het te lezen, zaken die ik nu even nodig had ! 🙂
    We komen er wel …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s