Laat de kinderen tot mij komen

Drie kinderen, dat stond al vast vanaf de eerste kus.
Bas en ik, wij zouden voor drie kinderen gaan.
Twee van ons, een jongen en een meisje als het even kan, en een adoptiekindje om het gezin compleet te maken.

Gek eigenlijk hoe wij, op zo jonge leeftijd, exact dezelfde gezinssituatie als ideaal in ons hoofd hadden.
Moeilijkheden betreffende zwanger worden hadden we uiteraard niet voorzien op dat moment, waarom zouden we ook. Waarom zou je je zorgen maken over dingen die nog compleet niet aan de orde zijn, die op je zestiende zo ver van je bed zijn dat je er zelfs met twee verrekijkers nog geen glimp van kan opvangen.
Die twee kinderen met onze genen, die zouden er wel komen, geen probleem.
Probleemloze zwangerschap, pijnloze bevalling en floeps!
Dat we een adoptiekindje in huis zouden halen was eveneens een certitude.
Noem het zoals je wil, ons gaf het alvast het een goed gevoel een kindje met weinig tot geen kansen te kunnen omarmen en overladen met alle liefde die we te geef hadden.
Zo dachten we er veertien jaar geleden over, toen we pas een koppel waren.
En ondanks alles is aan dat ideaalplaatje nog bitter weinig veranderd.
Ja, in de ideale wereld hadden we al minstens één koter in huis, dat klopt, maar voor de rest bleef alles behoorlijk status quo.

Een tweetal jaar geleden zagen we onze kinderwens in mekaar storten.
Niemand had een antwoord op mijn aandoening en ik ging alleen maar achteruit.
We bereidden ons voor op een heus rouwproces, wij zouden nooit ouders worden want ik zou nooit fysiek in staat zijn om echt mama te zijn.
We waren het er meteen over eens dat we geen kinderen zouden maken om ze zo goed als fulltime door iemand anders te laten opvoeden, dat zou mij zo mogelijk nog zwaarder vallen dan helemaal geen kinderen hebben.
We zouden er moeten mee leren leven, nog maar iets om te accepteren, en een manier vinden om een zo gelukkig mogelijk leven te leiden met z’n tweetjes.
Een gezonde man.
Een zieke vrouw.
Geen kinderen.
Hoe moeilijk ook, we zouden er ons wel doorheen slaan.
Want zolang we samen waren, was geen berg te hoog.
En toen was daar Professor De Meirleir, en een nieuwe ziekte.
Eentje waarvan ik zou genezen dit keer.
Hij hield ons klimgereedschap in bewaring, in de hoop dat we het nooit meer terug zouden komen vragen.
Hij zou me immers beter maken.
Mogelijk goed genoeg om voor kinderen te zorgen.
Onze kinderen.
Bij mijn laatste consultatie kreeg ik te horen dat ik de bacterie niet meer kan doorgeven via mijn immuunsysteem. Dat wil dus zeggen dat ik zonder zorgen zwanger kan worden op het moment dat ik, zo goed als, medicatievrij ben en fysiek sterk genoeg om voor een baby te zorgen.
Al is dat moment nog niet voor morgen, voor mij was dat om één of andere reden toch erg belangrijk om te horen.
Omdat het een stap dichter is bij één van de dingen die deel uitmaken van onze toekomst.
Kinderen.

Ik had het eerder al over kinderen, onder andere hier, en hier, dat weet ik.
Maar die kinderwens is dan ook iets dat heel hard leeft binnen ons klein gezin, iets waarover we het best vaak hebben en waar ik geregeld over nadenk en droom.
De eigenlijke aanzet van deze blogpost kwam er eind maart van dit jaar, tweeduizendzestien. Hannes Coudenys ofte @hannes_bhc, die Bas en ik allebei enthousiast volgen op social media, mocht na vijf lange jaren eindelijk zijn adoptiezoontje Rae Morris ophalen in Guinee.
We zaten al enkele dagen aan Hannes’ Instagram en twitter gekluisterd, soms met pinkend oog bij het zien van al die liefde, toen Bas tijdens het bekijken van een random film op zondagavond vroeg of het eigenlijk niet onze tijd was om de procedure in gang te steken.
De adoptieprocedure.
Terwijl ik bedacht dat het nog niet zo dom was om er stilaan aan te beginnen, Bas zou vijfendertig worden in mei en zo’n traject durft al rap een jaar of vijf duren, kreeg ik een por in mijn zij omdat ik nog niet bezig was met het invullen van het aanmeldingsformulier.
Die avond verliep alles in stroomversnelling.
We lazen diagonaal de website van Kind&Gezin door, downloadden de nodige documenten, printten af, vulden in en plaatsten onze handtekening.
Toen Bas met de gefrankeerde envelop in zijn handen klaar stond om naar buiten te stappen, draaide hij zich om en vroeg “We zijn toch zeker hé?”. Daarop begon ik, beetje raar, heel erg te lachen omdat ik besefte dat we hier al altijd zeker van waren geweest.
Ik nam mijn lieve man in mijn armen, gaf hem duizend kussen, en verzekerde hem van het feit dat deze keuze helemaal de juiste was voor ons.

Wil dat dan zeggen dat we de hoop op eigen kinderen hebben opgegeven?
Helemaal niet.
We willen er nog steeds graag twee van onszelf, een jongen en een meisje als het even kan. En een adoptiekindje om het gezin compleet te maken.

Intussen zijn we alweer enkele maanden verder.
We hebben nu een dossier bij Kind&Gezin, en een nummer.
En de eerste twee infosessies staan gepland voor september en oktober.
De eerste grote stap.
Twee halve dagen waarop we vermoedelijk overrompeld zullen worden met zowat alle mogelijke informatie die je maar over adoptie kan vinden. Wat is binnen -en buitenlandse adoptie, de procedures, prijzen, landen van herkomst, moeilijkheden, valkuilen, wetten en plichten, de hele mikmak.
Daarna krijgen we de tijd om te beslissen of we effectief willen doorgaan of niet. Wat ons betreft is die keuze al redelijk hard gemaakt, maar blijkbaar vallen er na de infosessies toch nog heel wat kandidaten af die het zich vermoedelijk toch allemaal wat rooskleuriger hadden voorgesteld.
Als we kiezen om de procedure effectief op te starten komen we weer op een wachtlijst, dit keer voor de opleiding. Dertig uren, als ik me niet vergis, les over adopteren en opvoeden. Sinds ik het boek “En toen kwam jij” van Tom De Cock las moet ik zeggen dat ik best wel uitkijk naar die periode. Ik besef dat het erg belastend zal zijn allemaal, maar daarnaast lijkt het me vooral uitermate boeiend.
Onze grootste stress is helemaal niet de procedure, de huisbezoeken, de rechtbank of wat dan ook. Dat zien we allemaal wel als het eenmaal zo ver is.
Onze allergrootste stress is gewoon maar mogen starten.

In de allereerste mail stond in grote letters, of waren die letters alleen in onze hoofden zo vetgedrukt, dat beide adoptieouders in goede gezondheid dienen te verkeren.
En dat is natuurlijk niet zo.
Ik ben niet gezond.
Nu toch nog niet.
Maar onze wens om een kindje te adopteren is heel echt en diepgeworteld, en we hopen dat we de kans zullen krijgen om dat te vertellen en te laten zien alvorens terug naar huis gestuurd te worden.
Wij zijn heel realistisch als het op kinderen aankomt, waren we dat niet hadden we er al lang een paar op de wereld gezet. Zonder nadenken over de gevolgen van een mama die haar baby niet kan optillen of troostend in de armen nemen.
Wij willen dolgraag kinderen, maar alleen als we er klaar voor zijn.
Niet in ons hart, want dat zijn we al tijden, maar puur fysiek.
Dat geldt evenzeer voor een eigen -als voor een adoptiekind.
Ik zeg soms dat ons adoptiekindje gerust mag aankomen op de dag dat ik beval van een eigen kind. Dat kan wel tellen als mental picture, niet?
Om maar te zeggen dat de wens voor beiden even intens is.
Dat elk kind in ons gezin welkom zal zijn.
Dat we het in ons hart zullen sluiten en bedelven onder liefde, van waar of op welke manier het dan ook bij ons terecht is gekomen.
We hopen van harte dat we de procedure nu mogen aanvangen, zodat we niet nog van nul moeten beginnen op het moment dat mijn gezondheid het toelaat ook effectief een kind in huis te nemen.
Dat is op dit moment onze allergrootste wens.

“Laat de kinderen tot mij komen. Alle, alle kinderen.”
Dat zei Jezus in een liedje dat ik zong op mijn eerste communie.
Nu, echt allemaal is misschien wat veel van het goede, maar laat ze toch maar komen, die kinderen.

Twee van ons, een jongen en een meisje als het even kan, en een adoptiekindje om het gezin compleet te maken.

IMG_2788

Advertisements

14 thoughts on “Laat de kinderen tot mij komen

      • Hoi Jessie, we zijn al een tijdje gestart. Onze eerste twee infosessies zij achter de rug. De brief die ik postte was de bevestiging dat we door willen gaan naar de voorbereidingscursus.
        Intussen ontvingen we de vragenlijst en zijn we bezig samen een antwoord te formuleren op alle vragen omtrent kindprofiel.
        Een heel spannend proces wat ons betreft!

  1. Wij hebben 20 jaar geleden ook kinderen geadopteerd. Het zijn schatten van kinderen geworden. Ik zou het zo opnieuw doen.
    Ik wens je heel veel succes !!

  2. Lieve Annelies en Bas, ik wens jullie alle geluk van de wereld bij de adoptieprocedure. Jullie hebben zó veel liefde te geven, dus ik ben er zeker van dat het goed komt ! Succes !

  3. 22jaar terug werd ik geadopteerd uit Rwanda. Mijn ouders, trotse ouders van al reeds twee adoptiekinderen uit India, hadden toen net een maand te horen gekregen dat ze zelf zwanger waren van een eigen kindje. Mijn aankomst viel samen met alle mogelijke zwangerschapskwaaltjes en een half jaar later werd mijn kleine zus geboren. Veel weet ik er niet meer over. Wel dat ik het altijd fijn heb gevonden dat ik – toen twee jaar oud – opgegroeid ben met een babyzusje.

    Bij deze gun ik jullie beide en blakende gezondheid en een vlotte adoptieprocedure!

    Groetjes, Naomi

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s